13 maart 2026
0 Reactie(s)

13 maart 2026

De prijs van digitale afhankelijkheid is vele honderden miljarden hoog

Europa besteedt jaarlijks honderden miljarden euro’s aan software en cloud-diensten van Ameri­kaanse techno­lo­gie­be­drijven. Dat geld heeft niet alleen econo­mi­sche gevolgen, maar beïnvloedt ook innovatie, kennis­ont­wik­ke­ling en geopo­li­tieke verhou­dingen. Tijdens het webinar ‘The Economic Aspects of Digital Depen­d­ency’ waarschuwden politici en techno­logie-experts dat de huidige afhan­ke­lijk­heid van buiten­landse IT-diensten Europa in een kwets­bare positie brengt.

Aan het gesprek namen onder meer Europar­le­men­ta­riër Kim van Sparrentak, de Duitse Bondsdag-afgevaar­digde Rebecca Lenhard, Mirko Böhm van Linux Founda­tion Europe en Frank Karlit­schek, oprichter en CEO van Nextcloud, deel.

Miljardenstromen richting Amerikaanse techbedrijven

De cijfers illustreren volgens de sprekers de omvang van de afhan­ke­lijk­heid. Europese organi­sa­ties betalen jaarlijks ongeveer 265 miljard euro aan Ameri­kaanse bedrijven voor cloud- en softwa­re­dien­sten. Dat bedrag is verge­lijk­baar met het bruto binnen­lands product van Portugal.

Rebecca Lenhard

Ook op speci­fieke markten is de dominantie groot. Volgens onder­zoeks­bu­reau Synergy Research hebben Europese cloud­pro­vi­ders samen slechts ongeveer 15 procent van de markt, terwijl Micro­soft, Google en Amazon samen circa 70 procent*van de Europese cloud­markt bedienen.

De afhan­ke­lijk­heid blijkt ook uit overheids­uit­gaven. In Duits­land bijvoor­beeld betaalde de federale overheid in 2025 481 miljoen euro aan Micro­soft-licen­ties, een stijging van 75 procent ten opzichte van 2023. Dat bedrag betreft alleen de federale overheid; de uitgaven van deelstaten en andere publieke organi­sa­ties komen daar nog bovenop.

Voor Rebecca Lenhard, lid van de Duitse Bondsdag voor Bündnis 90/​Die Grünen, onder­strepen deze cijfers hoe groot de digitale afhan­ke­lijk­heid inmid­dels is geworden. Volgens haar ontbreekt er in Duits­land zelfs nog een volle­dige analyse van de mate waarin de overheid afhan­ke­lijk is van buiten­landse techno­logie. “We weten eigen­lijk niet precies hoe afhan­ke­lijk onze admini­stratie en kritieke infra­struc­tuur zijn”, stelde zij tijdens het webinar.

Economische gevolgen gaan verder dan de licentiekosten

Volgens Mirko Böhm van Linux Founda­tion Europe zijn de directe betalingen slechts een deel van het verhaal. Publieke en private IT-uitgaven hebben namelijk een zogenoemd multi­plier-effect in de economie.

“Elke euro die overheden besteden, genereert meestal meerdere euro’s aan econo­mi­sche activi­teit”, zei Böhm. “Maar dat effect komt terecht in het ecosys­teem van degene die het geld ontvangt.”

Wanneer Europese organi­sa­ties cloud-diensten van Ameri­kaanse hypers­ca­lers gebruiken, profi­teren dus vooral de innovatie-ecosys­temen in de Verenigde Staten. Dat betekent meer inves­te­ringen in onder­zoek en ontwik­ke­ling, nieuwe bedrijven in de toele­ve­rings­keten, banen en belas­ting­in­kom­sten buiten Europa.

Bij software is dat effect volgens Böhm nog sterker, omdat digitale producten vrijwel onbeperkt schaal­baar zijn. De econo­mi­sche opbreng­sten concen­treren zich daardoor bij de oorspron­ke­lijke ontwik­ke­laar. “Wanneer we onze digitale infra­struc­tuur uitbe­steden, kopen we niet alleen een dienst. We finan­cieren tegelij­ker­tijd de verdere ontwik­ke­ling van techno­logie die elders wordt gebouwd.”

Minder kennisontwikkeling in Europa

Naast econo­mi­sche effecten leidt de afhan­ke­lijk­heid volgens de panel­leden ook tot een minder zicht­bare maar minstens zo belang­rijke conse­quentie: een verlies aan techno­lo­gi­sche kennis.

Software-exper­tise ontstaat volgens Böhm vooral door deelname aan ontwik­kel­pro­jecten en open techno­logie-ecosys­temen. Ingeni­eurs leren door code te schrijven, problemen op te lossen en samen te werken in projecten. Wanneer Europese organi­sa­ties vooral eindge­brui­kers worden van software die elders wordt ontwik­keld, verdwijnt een belang­rijk mecha­nisme voor kennisontwikkeling.

“Dan worden we niet alleen afhan­ke­lijk van buiten­landse producten, maar ook van buiten­landse kennis”, waarschuwde hij.

Dat kan op termijn ook gevolgen hebben voor regel­ge­ving. De Europese Unie heeft de afgelopen jaren verschil­lende digitale wetten aange­nomen, zoals de AI Act en de Digital Markets Act. Volgens Böhm is het lastig om derge­lijke regels effec­tief te handhaven als Europa zelf onvol­doende techni­sche exper­tise heeft om de techno­logie te begrijpen en te ontwikkelen.

Politieke en strategische risico’s

De afhan­ke­lijk­heid heeft volgens de panel­leden ook geopo­li­tieke impli­ca­ties. Europar­le­men­ta­riër Kim van Sparrentak wees erop dat digitale infra­struc­tuur inmid­dels een strate­gisch instru­ment kan zijn in inter­na­ti­o­nale relaties.

Volgens haar bestaat het risico dat afhan­ke­lijk­heid van een klein aantal grote techno­lo­gie­be­drijven kan worden gebruikt als politiek drukmiddel. “Onze afhan­ke­lijk­heid van Big Tech wordt soms als onder­han­de­lings­in­stru­ment gebruikt”, stelde zij.

Ze verwees naar recente incidenten en storingen bij grote techno­lo­gie­plat­forms, zoals groot­scha­lige cloud-storingen en cyber­se­cu­ri­tyin­ci­denten. Wanneer cruciale digitale diensten door een beperkt aantal buiten­landse aanbie­ders worden geleverd, kan dat volgens haar de autonomie van Europese organi­sa­ties beperken.

Frank Karlit­schek

Van Sparrentak noemde ook het risico dat overheden of bedrijven gecon­fron­teerd worden met plotse­linge veran­de­ringen in dienst­ver­le­ning of toegang tot systemen. Dat kan volgens haar de conti­nu­ï­teit van publieke diensten beïnvloeden.

Een vicieuze cirkel van afhankelijkheid

Volgens de sprekers versterkt het huidige model zichzelf. Organi­sa­ties die al afhan­ke­lijk zijn van een bepaald platform, nemen vaak ook aanvul­lende diensten van dezelfde leveran­cier af. Daardoor groeit de markt­macht van de grote techno­lo­gie­be­drijven verder.

Tegelij­ker­tijd blijven Europese aanbie­ders relatief klein omdat zij minder opdrachten krijgen, vooral van overheden. Daardoor hebben zij minder middelen om risico’s te nemen of nieuwe techno­lo­gieën te ontwikkelen.

Dat leidt volgens de panel­leden tot een vicieuze cirkel: meer afhan­ke­lijk­heid leidt tot minder Europese innovatie, wat de afhan­ke­lijk­heid weer vergroot.

Doorbreken van de afhankelijkheid

Volgens de deelne­mers aan het webinar is het doorbreken van deze dynamiek mogelijk, maar vereist het wel politieke keuzes.

Rebecca Lenhard benadrukte dat digitale soeve­rei­ni­teit niet mag worden geredu­ceerd tot een marke­ting­term. Alleen dataop­slag in Europa of een Europees hoofd­kan­toor is volgens haar niet voldoende. “Echte digitale onafhan­ke­lijk­heid vereist trans­pa­rantie, inter­o­pe­ra­bi­li­teit en de mogelijk­heid om systemen te vervangen.”

Ook publieke inkoop speelt volgens haar een cruciale rol. Overheden moeten volgens Lenhard vaker kiezen voor open standaarden, inter­o­pe­ra­bele systemen en open-source­op­los­singen. Dat zou het voor organi­sa­ties makke­lijker maken om van leveran­cier te wisselen en tegelij­ker­tijd een Europese techno­logie-industrie versterken.

De rol van de overheid als ‘ankerklant’

Een belang­rijk punt van consensus onder de panel­leden was dat de publieke sector een grotere rol moet spelen als klant van Europese technologiebedrijven.

Door langdu­rige contracten en duide­lijke vraag vanuit overheden kunnen bedrijven inves­teren in nieuwe producten en infra­struc­tuur. Dat zou volgens de sprekers innovatie in de Europese IT-sector stimuleren.

“Vraag creëert aanbod”, benadrukte Mirko Böhm. “Wanneer overheden hun inkoop­stra­tegie veran­deren, kan dat de markt­struc­tuur daadwer­ke­lijk beïnvloeden.”

Rebecca Lenhard erkende dat zo’n omslag niet van de ene op de andere dag kan plaats­vinden. “Het zal geen alles-of-niets beslis­sing zijn”, zei zij. “Maar de eerste stappen richting een gelei­de­lijke transitie moeten wel nu worden gezet.”

Ook Frank Karlit­schek van Nextcloud benadrukte dat Europa al over veel techno­lo­gi­sche oplos­singen beschikt. Volgens hem is het daarom vooral een kwestie van bewust kiezen waar inves­te­ringen terechtkomen.

Strategische keuzes voor de toekomst

De discussie tijdens het webinar maakte duide­lijk dat digitale afhan­ke­lijk­heid niet alleen een techno­lo­gi­sche kwestie is, maar ook een econo­mi­sche en politieke uitdaging.

Europa staat volgens de sprekers voor een strate­gi­sche keuze: blijven functi­o­neren als grote afnemer van buiten­landse techno­logie, of inves­teren in een eigen digitale industrie. De manier waarop overheden en bedrijven hun IT-budgetten besteden, zal daarin een belang­rijke rol spelen.

Wat in ieder geval duide­lijk werd uit het debat: de prijs van digitale afhan­ke­lijk­heid bestaat uit meer dan alleen softwa­re­li­cen­ties. Het gaat ook om innovatie, kennis, geopo­li­tieke autonomie en de toekomst van de Europese digitale economie.

Foto bovenaan: Mirko Böhm

Robbert Hoeffnagel

Robbert Hoeffnagel

Editor en journalist @ Business Meets IT

0 Reactie(s)

44 weergaven

Gerelateerde berichten

Office​.eu gelanceerd als Europees alternatief voor Microsoft Office en Google Workspace

Office​.eu gelanceerd als Europees alternatief voor Microsoft Office en Google Workspace

Tussen regels en ruimte: hoe Hexaware kijkt naar AI-regulering en digitale soevereiniteit

Tussen regels en ruimte: hoe Hexaware kijkt naar AI-regulering en digitale soevereiniteit

Marianne Institute presenteert OURL als Europees fundament voor de AI-toekomst

Marianne Institute presenteert OURL als Europees fundament voor de AI-toekomst

‘De overheid moet haar digitale fundament herontwerpen’

‘De overheid moet haar digitale fundament herontwerpen’

Geen berichten gevonden.

0 Reactie(s)

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties gesloten

De reactiemogelijkheid is verlopen. (14 dagen)

Pin It on Pinterest

Share This