De opkomst van artificiële intelligentie zorgt in vrijwel alle sectoren voor nieuwe verwachtingen, maar ook voor verwarring. Wordt AI een vervanger van mensen, of vooral een hulpmiddel? Volgens Pascal Daloz, CEO van Dassault Systèmes, is het antwoord helder: AI verandert de industrie fundamenteel, maar niet door de wetten van de natuur buiten spel te zetten. Integendeel. Juist in sectoren waar fysica, materiaalgedrag en veiligheid doorslaggevend zijn, kan AI alleen waarde toevoegen als die diep verankerd is in engineeringkennis en industriële realiteit. Daloz delde zijn visie op AI tijdens het 3DEXPERIENCE WORLD-event in Houston.
Dassault Systèmes positioneert zich al decennia in het hart van de wereldwijde engineeringgemeenschap. Die context is cruciaal om de visie van Daloz te begrijpen. De ingenieurs die werken aan vliegtuigen, auto’s, medische apparatuur of complexe productielijnen opereren niet in een abstracte digitale wereld, maar in een omgeving waar fouten directe gevolgen kunnen hebben. AI kan processen versnellen en alternatieven verkennen, maar neemt de fysieke beperkingen niet weg. De wetten van de fysica blijven gelden, ongeacht de intelligentie van algoritmen, vertelde Daloz in Houston.
Daarom ziet hij AI niet als vervanging, maar als vermenigvuldiger. Engineers kunnen met AI meer scenario’s doorrekenen, sneller itereren en complexere systemen begrijpen. Die kracht komt niet voort uit losse algoritmen, maar uit de combinatie van geometrie, gedrag, productielogica en gebruikscontext in zogeheten virtuele tweelingen.
Van industriële productie naar kenniseconomie
Volgens Daloz bevindt de industrie zich midden in een ingrijpende structurele overgang. Waar ondernemingen in de vorige eeuw vooral fysieke objecten produceerden, draait de hedendaagse industrie steeds meer om kennis en knowhow. In moderne fabrieken is dat zichtbaar: niet de machines op de werkvloer, maar de ontwerp- en engineeringsystemen bepalen in hoge mate de uiteindelijke prestaties.
Voorbeelden zoals 3D-printing maken dit tastbaar. Het fysieke object is in toenemende mate het resultaat van digitale beslissingen. Producten worden steeds vaker ‘software-defined’, waarbij ontwerp, simulatie en optimalisatie vooraf plaatsvinden. Daarmee verandert ook de rol van de virtuele wereld. Waar simulatie vroeger vooral een afspiegeling was van de werkelijkheid, wordt het virtuele domein nu leidend. Of zoals Daloz het uitlegde: het digitale model genereert het fysieke resultaat.
Virtual twins als bron van waarde
Die verschuiving legt grote druk op de nauwkeurigheid van digitale modellen. Als het virtuele domein de werkelijkheid aanstuurt, mag er geen ruimte zijn voor benaderingen. In sectoren waar mensenlevens op het spel staan, is vertrouwen I de modellen essentieel. Daloz benadrukt dat dit vertrouwen voortkomt uit de manier waarop kennis wordt vastgelegd, verrijkt en beschermd.
Binnen Dassault Systèmes worden virtuel twins daarom gezien als ‘fabrieken van kennis’. Ze verzamelen data uit de echte wereld, combineren die met bestaande knowhow en maken die op schaalbare wijze beschikbaar binnen organisaties. Zo ontstaat een continue leercyclus waarin ervaring, data en simulatie elkaar versterken.
Kennis als nieuwe valuta
In deze benadering wordt kennis zelf de kern van de economische waarde, meent Daloz. In zijn visie verandert intellectueel eigendom daarmee in een nieuwe vorm van valuta. AI kan kennis automatiseren en verspreiden, maar juist daarom wordt bescherming ervan cruciaal. Daloz stelt dat bedrijven fundamenteel andere keuzes moeten maken over hoe zij met hun data en modellen omgaan.
Daaruit volgt ook een herdefinitie van een fenomeen als Product Lifecycle Management. Waar PLM traditioneel draaide om het beheren van productdata, spreekt Daloz nu over ‘Intellectual Property Lifecycle Management’. De centrale vraag is niet alleen hoe data wordt gebruikt, maar ook wie eigenaar is van de kennis die uit deze data wordt afgeleid. Bij AI-systemen is dat complex: is de eigenaar degene die de data levert, de persoon of firma die het algoritme bouwt of degene die het model traint?
Daloz wil dit te adresseren door in het 3DEXPERIENCE-platform van Dassault Systèmes alle bijdragen te traceren en te scheiden per organisatie. Zo moet worden voorkomen dat intellectueel eigendom onbedoeld van de ene naar de andere klant stroomt.
Industry world models in plaats van generieke modellen
Een belangrijk onderscheid in de visie van Daloz is dat tussen algemene AI-modellen en industrie-specifieke toepassingen. Waar grote taalmodellen vooral zijn gericht op algemene kennis en taal, vereist industriële AI een diep begrip van zowel fysica als praktijkervaring. Daarom introduceert Dassault Systèmes het concept van het ‘industry world model’.
Zo’n model combineert wetenschappelijke kennis met industriële knowhow. Het gaat niet alleen om het begrijpen van de fysieke wereld, maar ook om redeneervermogen, ontwerpkeuzes en operationele consequenties. In die combinatie ziet Daloz het onderscheidend vermogen voor industriële toepassingen van AI.
Virtuele companions als nieuwe interface
Binnen dat kader ontwikkelt Dassault Systèmes zogeheten virtuele companions. Deze fungeren als digitale partners voor verschillende rollen binnen organisaties. Er is een companion gericht op business- en projectmanagement, een op engineering en creativiteit, en een op wetenschappelijke onderbouwing. De achterliggende gedachte is dat verantwoordelijkheid altijd bij mensen blijft. AI ondersteunt, maar neemt geen beslissingen zonder menselijke betrokkenheid.
Deze benadering sluit aan bij eerdere ervaringen van Daloz met geautomatiseerde codegeneratie in industriële automatisering. Ook daar bleek dat, ondanks vergaande automatisering, een menselijke eindverantwoordelijke noodzakelijk blijft.
Een nieuw economisch model voor AI
De introductie van virtuele companions roept vragen op over het businessmodel van een bedrijf als Dassault Systèmes. Traditioneel worden softwarelicenties per gebruiker verkocht. Maar een digitale companion is geen menselijke gebruiker. Daloz schetst daarom een toekomstig model gebaseerd op drie eenheden: kennis, knowhow en werk. Een AI-agent kan verschillende disciplines beheersen, industriespecifieke ervaring opdoen en continu actief zijn. De combinatie daarvan wordt bepalend voor de economische waarde.
Hoe dit precies wordt vertaald naar prijsmodellen, staat nog niet vast. Eerst wil Dassault Systèmes ervaring in de praktijk opdoen met klanten.
Digitale soevereiniteit en keuzevrijheid
Een ander thema in dde visie van Daloz is digitale soevereiniteit. Hij benadrukte I Houston dat soevereiniteit niet gelijkstaat aan isolatie. Het gaat juist om keuzevrijheid. Nu verschillende geografische regio’s hun eigen AI-modellen ontwikkelen, moeten bedrijven kunnen kiezen waar zij hun data en intellectueel eigendom onderbrengen.
Initiatieven zoals Gaia‑X ziet hij als kader om Europese cloud-ecosystemen beter te laten samenwerken, niet als alternatief voor bestaande hyperscalers. Het doel is interoperabiliteit en bescherming van intellectueel eigendom, niet het uitsluiten van mondiale technologie.
In Europa wordt daarnaast gekeken naar eigen AI-modellen, zoals Mistral, als onderdeel van die strategische keuzevrijheid.
Een structurele transformatie
Wat uit de visie van Daloz vooral naar voren komt, is dat AI voor de industrie geen losstaande technologie is, maar onderdeel van een bredere transformatie. Digital twins, kennisbeheer, AI-agents en soevereiniteit vormen samen een nieuw systeem waarin virtueel en fysiek steeds verder samensmelten. Volgens Daloz staat de industrie daarmee pas aan het begin van een ontwikkeling die de komende jaren bepalend zal zijn voor concurrentiekracht, innovatie en vertrouwen.





0 reacties