23 september 2026

0 Reactie(s)

23 september 2026

Privacy- en security-specialist Katharine Jarmul: “Privacy bouw je niet achteraf in, maar By Design”

Privacy wordt bij de ontwik­ke­ling van software nog te vaak behan­deld als iets dat later wel kan worden geregeld. Eerst wordt een appli­catie gebouwd, worden databronnen gekop­peld en worden eventueel AI-modellen toege­voegd. Daarna kijkt iemand welke priva­cy­maat­re­gelen nog nodig zijn. Volgens Katha­rine Jarmul is dat precies de verkeerde volgorde. Privacy moet vanaf het eerste ontwerp onder­deel zijn van de techni­sche keuzes die devel­o­pers maken. Ze gaf hierover een presen­tatie tijdens de Nextcloud Commu­nity Confe­rentie die afgelopen dagen in Berlijn werd georganiseerd.

Jarmul is gespe­ci­a­li­seerd in privacy en security binnen machine learning, AI en data science. Ze schreef ook het boek Practical Data Privacy, waarin ze laat zien hoe priva­cy­tech­nieken daadwer­ke­lijk kunnen worden toege­past in data- en AI-systemen. In haar presen­tatie draaide het vooral om een eenvoudig uitgangs­punt: privacy is niet alleen een kwestie voor juristen, compli­ance-afdelingen of securi­ty­spe­ci­a­listen. Ook devel­o­pers bepalen met hun archi­tec­tuur en code hoeveel privacy gebrui­kers uitein­de­lijk hebben. Dat idee staat bekend als privacy by design.

Privacy als onderdeel van het ontwerp

Privacy by design betekent dat bescher­ming van persoons­ge­ge­vens vanaf het begin wordt meege­nomen bij het ontwerpen van een systeem. Dus niet eerst alle mogelijke data verza­melen en later proberen die gegevens af te schermen, maar al tijdens het ontwerp vragen stellen als: hebben we deze infor­matie eigen­lijk nodig? Waar wordt zij opgeslagen? Hoe lang bewaren we haar? Wie kan erbij? En wat gebeurt er wanneer een gebruiker zijn toestem­ming intrekt?

Het concept gaat terug op het werk van de Canadese privacy-expert Ann Cavou­kian. Een belang­rijk uitgangs­punt daarbij is dat privacy de standaard­in­stel­ling moet zijn. Een gebruiker zou niet eerst een lange lijst instel­lingen hoeven doorlopen om zichzelf enigs­zins te beschermen. Een systeem moet standaard zo weinig mogelijk persoon­lijke infor­matie verza­melen en delen.

Dat klinkt logisch, maar is voor devel­o­pers niet altijd eenvoudig. Jarmul wees in haar presen­tatie op een interes­sant verschil. Priva­cy­prin­cipes zijn vaak breed gefor­mu­leerd en daardoor open voor inter­pre­tatie. Engineers zijn juist gewend te werken met duide­lijke speci­fi­ca­ties, beper­kingen en ontwerpen. Een opdracht als “respec­teer de privacy van de gebruiker” is moeilijk recht­streeks om te zetten in code. De uitda­ging is daarom om algemene priva­cy­prin­cipes te vertalen naar concrete techni­sche beslissingen.

Begin met de vraag welke data echt nodig is

Een van de belang­rijkste maatre­gelen die devel­o­pers kunnen nemen, is verras­send eenvoudig: minder data gebruiken. Bij nieuwe toepas­singen ontstaat gemak­ke­lijk de neiging om zoveel mogelijk infor­matie te verza­melen. Data die vandaag niet nodig is, zou morgen misschien van pas kunnen komen. Zeker rond machine learning en AI is jaren­lang het idee ontstaan dat meer trainings­data vrijwel automa­tisch beter is.

Vanuit priva­cy­oog­punt ontstaat daarmee echter ook een groter risico. Data die nooit is verza­meld, kan immers ook niet uitlekken, worden misbruikt of voor een onver­wacht ander doel worden ingezet. Privacy by design betekent daarom dat devel­o­pers al tijdens het ontwerp bekijken welke infor­matie werke­lijk noodza­ke­lijk is voor een bepaalde functie. Kun je een aanbe­ve­ling maken zonder een volledig gebrui­kers­pro­fiel op een centrale server op te bouwen? Moet een exacte locatie worden opgeslagen of is een minder nauwkeurig gebied voldoende? Moeten gegevens jaren­lang worden bewaard als ze na enkele dagen geen functie meer hebben? Dit wordt vaak aange­duid als datami­ni­ma­li­satie, aldus Jarmul.

Breng privacyrisico’s net zo in kaart als securityrisico’s

Ze liet ook zien dat devel­o­pers privacy veel syste­ma­ti­scher kunnen behan­delen. Een voorbeeld hiervan is LINDDUN, een methode voor privacy threat modeling. Het idee lijkt op threat modeling uit cyber­se­cu­rity. Devel­o­pers brengen vooraf in kaart hoe een systeem kan worden aange­vallen of misbruikt en bouwen daartegen maatre­gelen in. Alleen kijkt LINDDUN speci­fiek naar bedrei­gingen voor privacy, zoals het kunnen koppelen van gegevens aan één persoon, het verza­melen van meer infor­matie dan noodza­ke­lijk of het ongewenst openbaar maken van gegevens.

Daarmee wordt privacy ineens een stuk concreter. Een ontwik­kel­team hoeft niet alleen de abstracte vraag te beant­woorden of een systeem “voldoende priva­cy­vrien­de­lijk” is. Het team kan per compo­nent onder­zoeken welke gegevens binnen­komen, waar ze naartoe gaan en welke privacyrisico’s daarbij ontstaan.

Dat is vooral relevant bij AI. Machine-learning­mo­dellen verwerken soms enorme hoeveel­heden gegevens en kunnen in sommige gevallen zelfs infor­matie over hun trainings­data prijs­geven. Het beschermen van de oorspron­ke­lijke database is dan niet per definitie voldoende. Ook het model en de manier waarop gebrui­kers daarmee kunnen commu­ni­ceren moeten onder­deel zijn van de risicoanalyse.

Wie zit er eigenlijk aan tafel?

Privacy by design is volgens Jarmul boven­dien niet uitslui­tend een technisch probleem. Een van haar slides stelde een simpele maar belang­rijke vraag: wie zit er bij een teamver­ga­de­ring in de kamer en wie kan zich uitspreken? Bij het ontwerpen van een toepas­sing kunnen devel­o­pers, data scien­tists, product­ma­na­gers, securi­ty­spe­ci­a­listen en priva­cy­des­kun­digen allemaal vanuit een ander perspec­tief naar dezelfde functie kijken. Een product­ma­nager wil bijvoor­beeld zoveel mogelijk infor­matie om een dienst persoon­lijker te maken. Een data scien­tist ziet interes­sante mogelijk­heden om nieuwe modellen te trainen. Een priva­cy­des­kun­dige kan onder­tussen wijzen op de risico’s die daardoor ontstaan.

Juist die discussie moet vroeg plaats­vinden. Niet wanneer de appli­catie al bijna klaar is, maar op het moment dat nog kan worden besloten hoe gegevens worden verza­meld en verwerkt.

Local-first als technische keuze

Een ander onder­werp dat Jarmul aansnijdt is de local-first-beweging. Daarbij worden gegevens waar mogelijk op het apparaat van de gebruiker verwerkt en opgeslagen, in plaats van standaard naar een centrale cloudom­ge­ving te worden gestuurd. Dat kan een krach­tige priva­cy­maat­regel zijn, vertelde ze.

Neem een appli­catie die aanbe­ve­lingen doet. Technisch is het mogelijk om alle gebrui­kers­ge­ge­vens naar een server te sturen en daar een profiel samen te stellen. Maar wellicht kan een deel van die analyse ook lokaal op een laptop of smartphone plaats­vinden. Persoon­lijke gegevens hoeven dan helemaal niet naar de aanbieder te worden gestuurd. Dat betekent niet dat iedere toepas­sing volledig lokaal moet werken. Het betekent vooral dat devel­o­pers die mogelijk­heid bewust meenemen in hun ontwerp.

Hetzelfde geldt voor instel­lingen. Jarmul laat een voorbeeld zien waarbij gebrui­kers expli­ciet kunnen aangeven of gegevens mogen worden gedeeld, uitslui­tend lokaal mogen worden opgeslagen of helemaal niet mogen worden gebruikt. Wanneer een nieuwe functie wordt toege­voegd, krijgt de gebruiker opnieuw de mogelijk­heid om daarover te beslissen. Privacy wordt daarmee onder­deel van de gebruikerservaring.

Bouw de rechten van gebruikers in de software

Ook priva­cy­rechten moeten technisch uitvoer­baar zijn. Onder de Europese AVG hebben gebrui­kers onder meer het recht om hun persoons­ge­ge­vens in te zien, gegevens te laten corri­geren of verwij­deren, bezwaar te maken tegen verwer­king en onder bepaalde omstan­dig­heden hun gegevens mee te nemen naar een andere aanbieder. 

Dat klinkt in eerste instantie als een juridisch onder­werp. Maar uitein­de­lijk moet software deze rechten mogelijk maken. Kan een organi­satie bijvoor­beeld precies terug­vinden welke infor­matie over één persoon verspreid over verschil­lende databases staat? Kunnen die gegevens vervol­gens daadwer­ke­lijk worden verwij­derd? Wat gebeurt er met back-ups? En hoe werkt dat wanneer gegevens inmid­dels zijn gebruikt voor analy­tics of machine learning?

Wanneer daar pas over wordt nagedacht nadat een gebruiker een verwijd­er­ver­zoek heeft ingediend, kan het technisch bijzonder ingewik­keld worden. Privacy by design betekent daarom dat zulke mogelijk­heden al in de archi­tec­tuur worden meegenomen.

Privacy gaat uiteindelijk over mensen

Daarmee komt Jarmul uitein­de­lijk bij een bredere boodschap. Op een van haar laatste slides vatte ze die samen als: “Respec­ting privacy is putting humans first.” Dat betekent volgens haar niet alleen nadenken over onbekende eindge­brui­kers. Het gaat net zo goed over onszelf, vrienden, familie en colle­ga’s. Devel­o­pers maken voort­du­rend keuzes over techno­logie, software, modellen en datasets. Die keuzes bepalen mede welke wereld met die techno­logie wordt gebouwd.

Daarbij horen ook nieuwe priva­cy­tech­nieken. In Practical Data Privacy behan­delt Jarmul bijvoor­beeld technieken als diffe­ren­tial privacy, federated learning en encrypted computa­tion. Zulke methoden kunnen het mogelijk maken om analyses of machine learning uit te voeren zonder alle onder­lig­gende persoon­lijke gegevens centraal en onbevei­ligd samen te brengen.

Maar privacy by design begint niet bij ingewik­kelde crypto­grafie. Het begint veel eerder, bij simpele vragen in een ontwik­kel­team. Hebben we deze gegevens echt nodig? Kunnen we het met minder doen? Kan verwer­king lokaal plaats­vinden? Wie krijgt toegang? Kunnen gebrui­kers daadwer­ke­lijk bepalen wat er met hun infor­matie gebeurt? En kunnen we gegevens ook weer verwijderen?

Juist devel­o­pers hebben daardoor veel meer invloed op privacy dan misschien wordt gedacht. Iedere database, API, standaard­in­stel­ling en AI-pipeline bevat uitein­de­lijk keuzes over gegevens. Wie privacy pas na het program­meren toevoegt, moet achteraf proberen die keuzes te repareren. Wie privacy by design toepast, maakt ze vanaf het begin bewust.

Robbert Hoeffnagel

Editor en journalist @ Business Meets IT

0 Reactie(s)

4 weergaven

Gerelateerde berichten

Paula Grzegorzewska van Linux Foundation Europe: “Open source wordt strategisch gereedschap voor Europese digitale soevereiniteit”

Paula Grzegorzewska van Linux Foundation Europe: “Open source wordt strategisch gereedschap voor Europese digitale soevereiniteit”

Frank Dengler (Audriga) over migreren van Office 365 naar Nextcloud: “Digitale autonomie begint niet bij technologie, maar bij controle”

Frank Dengler (Audriga) over migreren van Office 365 naar Nextcloud: “Digitale autonomie begint niet bij technologie, maar bij controle”

Nextcloud en Cloudwise kondigen samenwerking aan rondEuropese cloud voor onderwijs

Nextcloud en Cloudwise kondigen samenwerking aan rondEuropese cloud voor onderwijs

Soevereine werkplekken in de lift; Nextcloud meldt twee miljoen nieuwe gebruikers in 2025

Soevereine werkplekken in de lift; Nextcloud meldt twee miljoen nieuwe gebruikers in 2025

Geen berichten gevonden.

0 Reactie(s)

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties gesloten

De reactiemogelijkheid is verlopen. (14 dagen)

Pin It on Pinterest

Share This