19 september 2026

0 Reactie(s)

19 september 2026

Paula Grzegorzewska van Linux Foundation Europe: “Open source wordt strategisch gereedschap voor Europese digitale soevereiniteit”

Open source speelt een steeds belang­rij­kere rol in de discussie over de digitale soeve­rei­ni­teit van Europa. Daarbij gaat het inmid­dels om veel meer dan de vraag of bedrijven en overheden software gebruiken waarvan de broncode beschik­baar is. Het draait vooral om controle: over techno­logie, infra­struc­tuur, data en uitein­de­lijk ook over de econo­mi­sche en politieke speel­ruimte van Europa. Die boodschap stond centraal in een presen­tatie van Paula Grzegor­zewska van Linux Founda­tion Europe tijdens de Nextcloud Commu­nity Confe­rence in Berlijn.

Grzegor­zewska houdt zich bij Linux Founda­tion Europe bezig met de relatie tussen de open-source­ge­meen­schap, bedrijven en Europese beleids­ma­kers. Vanuit Brussel ziet zij hoe sterk de discussie over digitale soeve­rei­ni­teit de afgelopen jaren is veran­derd. Het onder­werp is volgens haar verschoven van een relatief speci­a­lis­ti­sche discussie naar een thema dat hoog op de agenda staat van zowel overheden als bedrijven.

Een belang­rijke reden daarvoor is uiter­aard dat steeds duide­lijker wordt hoe afhan­ke­lijk Europa voor zijn digitale infra­struc­tuur is van een relatief klein aantal grote techno­lo­gie­be­drijven. Dat speelt bij cloud­in­fra­struc­tuur, softwa­re­plat­forms, chips en inmid­dels ook bij kunst­ma­tige intelligentie.

Open source kan volgens Grzegor­zewska helpen om die afhan­ke­lijk­heid te verkleinen. Niet doordat Europa zich techno­lo­gisch zou moeten afsluiten van de rest van de wereld, maar doordat organi­sa­ties meer grip krijgen op de techno­logie waarvan zij afhan­ke­lijk zijn.

Een formu­le­ring die tijdens haar presen­tatie meerdere malen terug­kwam, was in dat opzicht veelzeg­gend: “mastery, not isola­tion”. Digitale soeve­rei­ni­teit betekent niet dat iedere techno­logie in Europa ontwik­keld moet worden. Het betekent vooral dat Europa voldoende kennis, invloed en mogelijk­heden moet behouden om zelf keuzes te kunnen maken.

Digitale soevereiniteit wordt belangrijker

Dat digitale soeve­rei­ni­teit inmid­dels breed leeft, blijkt volgens Linux Founda­tion Europe ook uit eigen onder­zoek. Van de onder­vraagde Europese organi­sa­ties zegt 94 procent dat digitale soeve­rei­ni­teit belang­rijk is voor de techno­lo­gie­stra­tegie. Voor 61 procent is het zelfs zeer belang­rijk. Security en privacy zijn daarbij de meest genoemde redenen. Zo noemt 71 procent van de Europese organi­sa­ties deze onder­werpen als belang­rijke drijfveer.

Maar Grzegor­zewska wees tijdens haar presen­tatie ook op een aantal punten waarop Europa duide­lijk afwijkt van andere delen van de wereld. Zo noemt 55 procent van de Europese respon­denten vendor lock-in en de finan­ciële risico’s daarvan als reden om meer aandacht aan digitale soeve­rei­ni­teit te besteden. Buiten Europa ligt dat percen­tage op 48 procent. Ook natio­nale en regio­nale belangen spelen in Europa een grotere rol. Die worden door 47 procent van de Europese organi­sa­ties genoemd, tegen­over 36 procent in andere regio’s.

Dat verschil is belang­rijk. Het laat zien dat de Europese discussie niet alleen over techni­sche veilig­heid gaat. Steeds vaker wordt techno­logie ook gezien als onder­deel van econo­mi­sche weerbaar­heid. Wie volledig afhan­ke­lijk is van een leveran­cier voor essen­tiële software, cloud­ca­pa­ci­teit of data-infra­struc­tuur, loopt immers niet alleen een technisch risico. Die afhan­ke­lijk­heid kan ook gevolgen hebben voor prijzen, beschik­baar­heid, innovatie en de mogelijk­heid om zelfstandig techno­lo­gi­sche keuzes te maken.

Open source geeft meer keuzevrijheid

Precies daar ligt volgens Grzegor­zewska een belang­rijke rol voor open source. Wanneer de broncode beschik­baar is en meerdere partijen rond een techno­logie kunnen bouwen, onder­houden en onder­steunen, wordt het lastiger voor één leveran­cier om een complete techno­lo­gie­keten te contro­leren. Open standaarden en inter­o­pe­ra­bi­li­teit maken het daarnaast eenvou­diger om toepas­singen en infra­struc­turen met elkaar te combineren.

Dat betekent niet automa­tisch dat organi­sa­ties eenvoudig van leveran­cier kunnen wisselen. Ook rond open-source­pro­ducten kunnen commer­ciële ecosys­temen ontstaan waaruit overstappen lastig is. Maar de uitgangs­po­sitie is anders: kennis en techno­logie zijn niet per definitie opgesloten binnen één bedrijf.

Uit cijfers die Grzegor­zewska in Berlijn liet zien, blijkt dat organi­sa­ties die voordelen vooral ervaren rond infra­struc­tuur en appli­ca­ties. Zo zegt 63 procent van de Europese respon­denten dat open source zeer succesvol is geweest bij het verkrijgen van meer controle over cloud en infra­struc­tuur. Voor appli­ca­ties en porta­bi­lity ligt dat percen­tage op 59 procent. Bij data, lokali­satie en porta­bi­lity gaat het om 57 procent. Ook inter­o­pe­ra­bi­li­teit scoort relatief hoog, met 56 procent. Meer onafhan­ke­lijk­heid van leveran­ciers wordt door 54 procent genoemd.

Daarmee krijgt open source een andere positie dan enkele jaren geleden. Het wordt niet langer alleen ingezet omdat het technisch interes­sant of goedkoper kan zijn. Het wordt steeds vaker onder­deel van strate­gi­sche architectuurkeuzes.

Bij AI staat Europa nog aan het begin

Bij kunst­ma­tige intel­li­gentie is dat beeld minder uitge­sproken. Volgens de cijfers die Linux Founda­tion Europe presen­teerde, noemt 34 procent open source zeer succesvol bij het ontwik­kelen van eigen AI-systemen. Voor lokaal draaien van AI-modellen ligt dat op 33 procent. Een veel grotere groep spreekt hier van gedeel­te­lijk succes.

Dat verschil met bijvoor­beeld cloud­in­fra­struc­tuur is niet verras­send. Het open-source ecosys­teem rond cloud, Linux en contai­ner­tech­no­logie is inmid­dels volwassen. Bij genera­tieve AI veran­dert de techno­logie juist bijzonder snel.

Boven­dien bestaat AI niet alleen uit software. Organi­sa­ties zijn ook afhan­ke­lijk van modellen, trainings­data, reken­kracht en gespe­ci­a­li­seerde chips. Digitale soeve­rei­ni­teit rond AI vraagt daardoor om controle over een veel bredere technologieketen.

Juist daarom is het volgens Grzegor­zewska belang­rijk dat Europa niet alleen kijkt naar waar techno­logie vandaan komt, maar vooral naar de vraag of organi­sa­ties er daadwer­ke­lijk controle over kunnen uitoefenen.

Economische waarde is veel groter dan licentiekosten

Een tweede belang­rijk punt in haar presen­tatie was de econo­mi­sche betekenis van open source. Daarbij verwees ze onder meer naar eerder onder­zoek dat in opdracht van de Europese Commissie is uitge­voerd. Daaruit kwam naar voren dat in 2018 in Europa ongeveer 1 miljard euro in open source werd geïnves­teerd, terwijl de econo­mi­sche impact daarvan op tientallen miljarden euro’s werd geschat.

De onder­zoe­kers becij­ferden boven­dien dat een toename van open-source­bij­dragen met 10 procent uitein­de­lijk een aanzien­lijke extra bijdrage aan het Europese bruto binnen­lands product zou kunnen leveren. Dat maakt duide­lijk waarom het volgens Grzegor­zewska te beperkt is om alleen naar licen­tie­kosten te kijken.

Veel van de digitale infra­struc­tuur waarop bedrijven dagelijks vertrouwen, is direct of indirect gebouwd op open-source­com­po­nenten. Denk aan Linux, databases, webser­vers, program­meer­talen, contai­ner­tech­no­logie en talloze libra­ries. Wanneer bedrijven al die techno­logie zelf zouden moeten ontwik­kelen, zouden de kosten zeer sterk toenemen.

Open source functi­o­neert daarmee voor een groot deel als gedeelde digitale infra­struc­tuur. Bedrijven concur­reren met toepas­singen en diensten die zij bovenop die infra­struc­tuur ontwik­kelen, terwijl de onder­lig­gende techno­logie gezamen­lijk kan worden gebouwd.

Ook interessant voor kleinere bedrijven

Een opval­lend cijfer uit de presen­tatie betrof het verschil tussen grote en kleinere organi­sa­ties. Bij kleinere en middel­grote onder­ne­mingen bleek de finan­ciële waarde van open source, afgezet tegen de omzet, veel groter dan bij grote bedrijven. In de getoonde cijfers kwam de jaarlijkse bespa­ring door het gebruik van open source bij kleinere bedrijven uit op 37,5 procent van de omzet. Bij grotere onder­ne­mingen ging het om 1,2 procent.

Bij deze percen­tages hoort wel een kantte­ke­ning: de aantallen organi­sa­ties waarop deze speci­fieke bereke­ning is gebaseerd zijn beperkt. Toch onder­strepen de cijfers volgens Linux Founda­tion Europe een belang­rijk effect. Open source kan kleinere bedrijven toegang geven tot techno­logie die zij zelfstandig nooit zouden kunnen ontwik­kelen of onderhouden.

Daarmee speelt open source ook een rol in het Europese innova­tie­be­leid. Wanneer startups en kleinere techno­lo­gie­be­drijven gebruik kunnen maken van dezelfde funda­men­tele techno­logie als veel grotere onder­ne­mingen, worden de kosten om nieuwe producten te ontwik­kelen lager.

Open source helpt ook bij het vinden van mensen

Daar komt nog een ander voordeel bij: perso­neel. Grzegor­zewska liet cijfers zien waaruit blijkt dat 68 procent van de organi­sa­ties aangeeft dat deelname aan open-source­pro­jecten helpt bij het aantrekken en behouden van technisch perso­neel. Dat is niet onbelang­rijk in een Europese markt waarin veel organi­sa­ties moeite hebben om voldoende ontwik­ke­laars en andere techni­sche speci­a­listen te vinden.

Open-source­pro­jecten bieden ontwik­ke­laars boven­dien een omgeving waarin zij kennis kunnen opdoen die niet uitslui­tend bruik­baar is binnen één bedrijf. Wie bijdraagt aan bekende projecten bouwt daarmee ook een zicht­baar technisch profiel op.

Voor bedrijven kan actieve deelname aan zulke commu­ni­ties daardoor meer zijn dan ontwik­kel­werk. Het kan ook onder­deel zijn van recruit­ment, kennis­ont­wik­ke­ling en innovatie.

Alleen open-sourcesoftware gebruiken is niet genoeg

Een terug­ke­rend punt in de presen­tatie was echter dat open source geen automa­ti­sche oplos­sing vormt voor digitale soeve­rei­ni­teit. Het instal­leren van open-source-software maakt een organi­satie nog niet digitaal onafhan­ke­lijk. Daarvoor is volgens Grzegor­zewska meer nodig. Organi­sa­ties moeten voldoende techni­sche kennis in huis hebben, begrijpen hoe projecten worden ontwik­keld en waar mogelijk ook zelf bijdragen. Wie alleen software downloadt maar voor kennis, onder­houd en support volledig afhan­ke­lijk blijft van één andere partij, heeft de afhan­ke­lijk­heid immers vooral verplaatst.

Daarom is deelname aan open-source­com­mu­ni­ties belang­rijk. Bedrijven en overheden die techno­logie strate­gisch belang­rijk vinden, zouden niet alleen gebruiker moeten zijn, maar waar mogelijk ook bijdragen aan de ontwik­ke­ling en gover­nance ervan. Dat kan met softwa­re­code, maar bijvoor­beeld ook met documen­tatie, finan­ciële onder­steu­ning, testing of deelname aan standaardisatie.

Brussel wordt steeds belangrijker voor open source

Daarnaast heeft de open-source­we­reld volgens Grzegor­zewska te maken met een nieuwe werke­lijk­heid: regel­ge­ving. Europese wetge­ving rond cyber­se­cu­rity, software en AI heeft steeds vaker directe gevolgen voor ontwik­ke­laars en open-source­pro­jecten. Tijdens haar presen­tatie kwamen onder meer de Cyber Resilience Act en de AI Act aan bod.

Voor de open-source­ge­meen­schap betekent dit dat zij zich actiever met Europees beleid moet gaan bemoeien. Wachten totdat regel­ge­ving defini­tief is vastge­steld en vervol­gens kijken wat de gevolgen zijn, is volgens Grzegor­zewska niet voldoende. Beleids­ma­kers moeten tijdens de totstand­ko­ming van wetge­ving begrijpen hoe open-source­ont­wik­ke­ling werkt en hoe de verant­woor­de­lijk­heden binnen zulke commu­ni­ties zijn verdeeld.

Daar ligt ook een belang­rijke taak voor organi­sa­ties als Linux Founda­tion Europe: techni­sche commu­ni­ties verbinden met de beleids­we­reld in Brussel. Die relatie werkt volgens haar beide kanten op. Beleids­ma­kers hebben kennis uit de open-source­we­reld nodig om werkbare wetge­ving te kunnen maken. Tegelij­ker­tijd moet de open-source­ge­meen­schap beter begrijpen dat Europese regels grote gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop projecten worden ontwik­keld en gebruikt.

Europa hoeft niet alles zelf te bouwen

De kern van Grzegorzewska’s verhaal in Berlijn was uitein­de­lijk genuan­ceerder dan het inmid­dels vaak gehoorde pleidooi om simpelweg meer Europese techno­logie te gebruiken. Digitale soeve­rei­ni­teit draait volgens haar niet om het volledig vervangen van Ameri­kaanse of Aziati­sche techno­logie door Europese alternatieven.

Europa maakt immers deel uit van een wereld­wijd techno­logie-ecosys­teem. Open source zelf is daarvan misschien wel het beste voorbeeld: grote projecten worden gezamen­lijk ontwik­keld door program­meurs en bedrijven uit tal van landen.

De uitda­ging is daarom vooral om voldoende kennis en controle te behouden. Organi­sa­ties moeten kunnen begrijpen welke techno­logie zij gebruiken, waar afhan­ke­lijk­heden ontstaan en welke alter­na­tieven beschik­baar zijn. Zij moeten in staat zijn systemen aan te passen, data te verplaatsen en waar nodig van techno­logie of leveran­cier te veran­deren. Open source kan daarvoor een belang­rijk funda­ment vormen.

Daarmee krijgt open source in Europa langzaam een andere status. Wat ooit vooral begon als een manier om gezamen­lijk software te ontwik­kelen, wordt steeds nadruk­ke­lijker onder­deel van een veel bredere strate­gi­sche discussie. Niet omdat Europa zich digitaal van de rest van de wereld moet afsluiten, maar juist omdat een open techno­lo­gisch ecosys­teem meer mogelijk­heden biedt om zelf keuzes te blijven maken.

Robbert Hoeffnagel

Editor en journalist @ Business Meets IT

0 Reactie(s)

4 weergaven

Gerelateerde berichten

Frank Dengler (Audriga) over migreren van Office 365 naar Nextcloud: “Digitale autonomie begint niet bij technologie, maar bij controle”

Frank Dengler (Audriga) over migreren van Office 365 naar Nextcloud: “Digitale autonomie begint niet bij technologie, maar bij controle”

Gaia‑X schuift op van visie naar werkende dataspaces

Gaia‑X schuift op van visie naar werkende dataspaces

Onderzoek: slechts 44% van Nederlandse organisaties heeft helder inzicht in waar hun data is opgeslagen

Onderzoek: slechts 44% van Nederlandse organisaties heeft helder inzicht in waar hun data is opgeslagen

Nextcloud en Cloudwise kondigen samenwerking aan rondEuropese cloud voor onderwijs

Nextcloud en Cloudwise kondigen samenwerking aan rondEuropese cloud voor onderwijs

Geen berichten gevonden.

0 Reactie(s)

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties gesloten

De reactiemogelijkheid is verlopen. (14 dagen)

Pin It on Pinterest

Share This