16 oktober 2026

0 Reactie(s)

16 oktober 2026

AI wordt massaal gebruikt, maar het vertrouwen blijft achter

Kunst­ma­tige intel­li­gentie is in korte tijd onder­deel geworden van het dagelijks leven. Toch betekent dat niet dat mensen ook enthou­siast zijn over de techno­logie. Integen­deel: uit inter­na­ti­o­naal onder­zoek blijkt dat AI aanzien­lijk minder populair is dan andere digitale techno­lo­gieën. Mensen maken zich zorgen over veilig­heid, cyber­cri­mi­na­li­teit en het verlies van mense­lijke controle. Tegelij­ker­tijd groeit de roep om minder afhan­ke­lijk te worden van Ameri­kaanse en Chinese AI-bedrijven. Ook in Nederland.

Dat blijkt uit het onder­zoeks­rap­port “FGS Global Radar: AI Pulse”, waarvoor commu­ni­ca­tie­ad­vies­bu­reau FGS Global ruim 7.000 mensen onder­vroeg in zeven landen, waaronder Neder­land, Duits­land, Frank­rijk, het Verenigd Konink­rijk, de Verenigde Staten, Canada en Japan. Daarnaast spraken de onder­zoe­kers met 39 deskun­digen uit de politiek, het bedrijfs­leven en de wetenschap.

De uitkom­sten laten een opval­lende tegen­stel­ling zien. Hoewel AI steeds vaker wordt gebruikt, blijft het vertrouwen in de techno­logie beperkt. Slechts 18 procent meer mensen is positief dan negatief over AI. Bij smartphones bedraagt dat verschil 74 procent, bij zoekma­chines zelfs 78 procent. Ook sociale media, die regel­matig kritiek krijgen vanwege priva­cy­pro­blemen en desin­for­matie, scoren met 35 procent aanzien­lijk beter. Volgens de onder­zoe­kers heeft de AI-sector daarmee een serieus vertrouwensprobleem.

Veel gebruik, weinig vertrouwen

De terug­hou­dend­heid betekent niet dat mensen AI links laten liggen. Maar liefst 71 procent van de onder­vraagden heeft in de afgelopen zes maanden minstens één AI-toepas­sing gebruikt. Van deze gebrui­kers zet 92 procent AI in om infor­matie te zoeken of vragen te beant­woorden. Daarnaast gebruikt 61 procent AI op het werk.

Opmer­ke­lijk is dat AI ook steeds vaker wordt gebruikt voor persoon­lijke onder­werpen. Bijna de helft van de AI-gebrui­kers zegt de techno­logie weleens in te schakelen voor emoti­o­nele steun of relatie­ad­vies. Onder jongere gebrui­kers ligt dat aandeel zelfs rond twee derde.

Ook bij finan­ciële beslis­singen speelt AI inmid­dels een rol. Een kwart van alle onder­vraagden gebruikt AI voor finan­cieel advies. Daarmee wordt AI vaker geraad­pleegd dan een profes­si­o­nele finan­cieel adviseur (16 procent) of een accoun­tant of belas­ting­ad­vi­seur (10 procent).

De onder­zoe­kers consta­teren dat AI daarmee niet alleen veran­dert hoe mensen werken en infor­matie verza­melen, maar ook waar zij advies zoeken en wie zij daarbij vertrouwen. Tegelij­ker­tijd bestaan er grote verschillen tussen bevol­kings­groepen. Jongeren, mensen met meer digitale kennis en inten­sieve AI-gebrui­kers zijn aanzien­lijk positiever dan ouderen en mensen die weinig ervaring met de techno­logie hebben.

Veiligheid belangrijker dan winnen van China

Een tweede opval­lende conclusie is dat burgers weinig voelen voor de inter­na­ti­o­nale wedloop rond AI. Overheden en techno­lo­gie­be­drijven benadrukken regel­matig hoe belang­rijk het is om voorop te lopen in de ontwik­ke­ling van AI. Vooral de concur­ren­tie­strijd tussen de Verenigde Staten en China krijgt daarbij veel aandacht.

Maar burgers blijken andere priori­teiten te hebben. In de Verenigde Staten vindt 62 procent dat het land beter wat gas kan terug­nemen en zich moet richten op veilige en verant­woorde AI. Slechts 38 procent vindt dat Amerika koste wat kost de leiding moet behouden, ook als dat extra risico’s met zich meebrengt.

Buiten de Verenigde Staten is het beeld verge­lijk­baar. Daar vindt 64 procent dat het belang­rijker is om AI goed en veilig te ontwik­kelen dan om de techno­lo­gi­sche achter­stand op Amerika en China in te halen. Boven­dien denkt een meerder­heid dat de concur­ren­tie­strijd tussen beide groot­machten uitein­de­lijk nadelig zal uitpakken voor de rest van de wereld, ongeacht wie wint.

De boodschap is duide­lijk: burgers zien het belang van techno­lo­gi­sche vooruit­gang, maar willen niet dat veilig­heid daaraan onder­ge­schikt wordt gemaakt.

Europese onafhankelijkheid blijft belangrijk

Dat betekent overi­gens niet dat mensen onver­schillig staan tegen­over de herkomst van AI-techno­logie. Integen­deel. Volgens het onder­zoek vindt 76 procent het belang­rijk dat landen zelf zeggen­schap hebben over de AI-techno­logie waarvan zij afhan­ke­lijk zijn. In Canada, Japan en Europa vindt 62 procent dat de afhan­ke­lijk­heid van Ameri­kaanse en Chinese AI moet worden vermin­derd. Voor Europa is dat een relevant signaal. De discussie over digitale soeve­rei­ni­teit gaat immers steeds vaker over de vraag of Europese bedrijven en overheden voldoende controle houden over hun digitale infra­struc­tuur, gegevens en technologie. 

Tegelij­ker­tijd is er weinig optimisme over de mogelijk­heid om de Ameri­kaanse en Chinese voorsprong daadwer­ke­lijk in te halen. Van alle onder­zochte regio’s zijn Europe­anen hierover het meest pessi­mis­tisch. In de drie onder­zochte EU-landen — Neder­land, Duits­land en Frank­rijk — zijn duide­lijk meer mensen het eens dan oneens met de stelling dat Amerika en China inmid­dels zo ver voorop­lopen dat echte techno­lo­gi­sche onafhan­ke­lijk­heid voor andere landen nauwe­lijks haalbaar is.

Toch bestaat er steun voor maatre­gelen die lokale techno­lo­gie­be­drijven helpen. Ongeveer zes op de tien onder­vraagden geven de voorkeur aan beleid waarbij overheden binnen­landse techno­logie inkopen, zelfs wanneer dat duurder is of minder goed werkt. Daarbij plaatsen de onder­zoe­kers wel een kantte­ke­ning. De voorkeur voor eigen techno­logie betekent niet automa­tisch dat buiten­landse aanbie­ders worden afgewezen. Mensen staan ook open voor buiten­landse bedrijven die lokaal inves­teren, banen creëren en belas­ting betalen.

Burgers willen strengere regels

Het onder­zoek laat eveneens zien dat burgers weinig vertrouwen hebben in de bereid­heid van AI-bedrijven om zichzelf te contro­leren. Slechts 7 procent vindt dat bedrijven zelf mogen bepalen hoe zij omgaan met cyberveiligheidsrisico’s van hun AI-systemen. 

Over de manier waarop overheden moeten ingrijpen, bestaat minder overeen­stem­ming. De grootste groep, 27 procent, wil dat nieuwe AI-modellen verplicht worden getest en pas na toestem­ming van de overheid beschik­baar komen. Nog eens 23 procent is voor een vergun­nin­gen­stelsel. Een kleinere groep, 17 procent, geeft de voorkeur aan vrijwil­lige tests en veilig­heids­af­spraken. Een tijde­lijke stop op de ontwik­ke­ling van nieuwe AI-systemen krijgt steun van 13 procent.

De belang­rijkste zorgen gaan over cyber­cri­mi­na­li­teit en het risico dat mensen de controle over AI-systemen verliezen. Ook onder beleids­ma­kers neemt de bezorgd­heid hierover toe. In gesprekken met de onder­zoe­kers wijzen verschil­lende deskun­digen op de noodzaak om gevaar­lijke AI-systemen onmid­del­lijk te kunnen uitscha­kelen wanneer dat nodig blijkt.

Opval­lend is dat sommige Europese deskun­digen niet zozeer pleiten voor nieuwe wetge­ving, maar vooral voor een betere uitvoe­ring van bestaande regels. Volgens hen is de vraag niet alleen welke regels nodig zijn, maar ook of toezicht­hou­ders over voldoende kennis en middelen beschikken om die regels daadwer­ke­lijk te handhaven.

Nederlanders twijfelen aan verbod voor kinderen

Een apart onder­deel van het onder­zoek gaat over het gebruik van AI door kinderen. In alle onder­zochte landen bestaat brede steun voor beper­kingen voor kinderen jonger dan zestien jaar. Daarbij gaat het om het gebruik van AI-chatbots en beeld­ge­ne­ra­toren zonder gecon­tro­leerde toestem­ming van ouders. In Neder­land vindt 65 procent dat bescher­ming van kinderen tegen de risico’s van AI belang­rijker is dan de mogelijk­heid om zo vroeg mogelijk ervaring met de techno­logie op te doen. Daarmee is de Neder­landse steun voor beper­kingen iets lager dan in bijvoor­beeld Frank­rijk en het Verenigd Konink­rijk, waar 75 procent deze opvat­ting deelt.

Neder­lan­ders zijn boven­dien bijzonder sceptisch over de uitvoer­baar­heid. Maar liefst 52 procent denkt dat een verbod voor jongeren onder de zestien in de praktijk vrijwel onmoge­lijk te handhaven is. Kinderen zouden bijvoor­beeld gebruik kunnen maken van accounts van oudere gebrui­kers of techni­sche mogelijk­heden om leeftijds­con­troles te omzeilen.

Het onder­zoek laat daarmee zien dat steun voor stren­gere regels niet automa­tisch betekent dat burgers verwachten dat deze regels ook effec­tief zullen zijn.

Mensen willen vooral weten wat AI hun oplevert

Een andere belang­rijke conclusie is dat de mening van mensen over AI nog sterk kan veran­deren. De onder­zoe­kers verdeelden de deelne­mers in twee groepen. De ene groep kreeg mogelijke voordelen van AI voorge­legd, terwijl de andere groep werd gewezen op de risico’s. Van de deelne­mers die de voordelen bekeken, werd 37 procent vervol­gens positiever over AI. Vooral in Duits­land en de Verenigde Staten was die verschui­ving groot.

De onder­zoe­kers conclu­deren dat veel mensen nog geen vaststaande mening over AI hebben. Daarbij blijkt dat grote econo­mi­sche beloften weinig indruk maken. Slechts 12 procent noemt econo­mi­sche groei als een van de drie belang­rijkste voordelen van AI.

Veel belang­rijker vinden mensen de prakti­sche toepas­singen. Denk aan het sneller uitvoeren van dagelijkse taken, eenvou­diger infor­matie vinden of gemak­ke­lijker toegang krijgen tot advies. Ook het toegan­ke­lijk maken van kennis en het oplossen van ingewik­kelde problemen worden als voordelen genoemd.

Dat is een belang­rijk verschil met de manier waarop AI vaak wordt besproken door techno­lo­gie­be­drijven en overheden. Daar ligt de nadruk regel­matig op miljar­den­in­ves­te­ringen, inter­na­ti­o­nale concur­rentie en econo­mi­sche groei. Burgers blijken vooral geïnte­res­seerd in wat de techno­logie concreet voor hen kan betekenen.

Ook datacenters zijn voor veel mensen onbekend terrein

Het rapport besteedt daarnaast aandacht aan datacen­ters, die een steeds belang­rij­kere rol spelen bij de ontwik­ke­ling en het gebruik van AI. Opval­lend genoeg weet bijna de helft van de onder­vraagden niet goed wat een datacenter is. In Neder­land geldt dat voor 44 procent van de respon­denten. In Duits­land ligt dit percen­tage op 59 procent en in Japan zelfs op 63 procent.

Dat gebrek aan kennis is volgens de onder­zoe­kers relevant voor de maatschap­pe­lijke discussie over nieuwe datacen­ters. De bouw van datacen­ters leidt op verschil­lende plaatsen tot zorgen over energie­ver­bruik, ruimte­ge­bruik en de gevolgen voor de omgeving. Tegelij­ker­tijd is voor veel mensen niet duide­lijk welke rol deze gebouwen spelen bij digitale diensten die zij dagelijks gebruiken.

Volgens verschil­lende geïnter­viewde deskun­digen moeten datacen­ter­be­drijven daarom eerder en beter met omwonenden in gesprek gaan. Daarbij gaat het niet alleen om uitleg over de techno­logie, maar vooral om concrete afspraken over de gevolgen en mogelijke voordelen voor de omgeving.

Vertrouwen moet worden verdiend

De belang­rijkste conclusie van het onder­zoek is dat het publieke debat over AI nog lang niet is beslist. De techno­logie wordt inmid­dels op grote schaal gebruikt, maar het vertrouwen groeit niet automa­tisch mee. Mensen zien prakti­sche voordelen, terwijl zij tegelij­ker­tijd bezorgd zijn over veilig­heid, afhan­ke­lijk­heid van buiten­landse techno­lo­gie­be­drijven en de gevolgen voor de samenleving.

Voor AI-bedrijven betekent dit volgens de onder­zoe­kers dat zij hun beloften beter moeten onder­bouwen. Niet alleen met verhalen over wat AI in de toekomst mogelijk maakt, maar ook met aantoon­bare veilig­heids­maat­re­gelen, onafhan­ke­lijke controles en duide­lijke afspraken over verantwoordelijkheid.

Het onder­zoek maakt boven­dien duide­lijk dat meer gebruik niet vanzelf leidt tot meer maatschap­pe­lijk draag­vlak. AI kan voor veel mensen een nuttig hulpmiddel zijn, zonder dat zij daarmee ook vertrouwen hebben in de bedrijven die de techno­logie ontwik­kelen. Dat onder­scheid wordt de komende jaren waarschijn­lijk steeds belang­rijker, zeker nu overheden beslis­singen moeten nemen over AI-regels, inves­te­ringen en digitale onafhankelijkheid.

Bron: FGS Global, FGS Global Radar: AI Pulse, oktober 2026. Het onder­zoek is gebaseerd op enquêtes onder 7.052 mensen in zeven landen, uitge­voerd van 18 tot en met 25 augustus 2026, en 39 inter­views met deskun­digen. Tenzij anders vermeld, zijn de genoemde percen­tages gemid­delden van de onder­zochte landen.

redactie@businessmeetsit.com

0 Reactie(s)

8 weergaven

Gerelateerde berichten

SAP sluit overeenkomst voor overname TechWolf: beter inzicht in werk en vaardigheden

SAP sluit overeenkomst voor overname TechWolf: beter inzicht in werk en vaardigheden

Europa heeft meer technologische troeven dan het soms zelf denkt

Europa heeft meer technologische troeven dan het soms zelf denkt

Sneller is niet altijd slimmer

Sneller is niet altijd slimmer

SAP en NVIDIA OpenShell werken samen aan governance en beveiliging voor controleerbare AI-agents in bedrijfssystemen

SAP en NVIDIA OpenShell werken samen aan governance en beveiliging voor controleerbare AI-agents in bedrijfssystemen

Geen berichten gevonden.

0 Reactie(s)

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties gesloten

De reactiemogelijkheid is verlopen. (14 dagen)

Pin It on Pinterest

Share This