Studenten gebruiken generatieve AI steeds vaker om teksten te schrijven, informatie samen te vatten en complexe vragen te beantwoorden. Maar universiteiten beginnen zich nu zorgen te maken over een minder zichtbaar gevolg: als AI steeds meer denkwerk overneemt, leren studenten dan nog wel hetzelfde? Het Amerikaanse MIT waarschuwt voor ‘cognitive surrender’, waarbij cognitieve taken aan AI worden uitbesteed. Ook Nederlandse universiteiten onderzoeken inmiddels wat intensief AI-gebruik doet met kritisch denken en het leerproces.
De discussie over ChatGPT in het hoger onderwijs krijgt daarmee een andere lading. Tot nu toe draaide die vooral om vragen als fraude, plagiaat, betrouwbaarheid en de vraag wanneer studenten AI wel en niet mogen gebruiken. Onderzoekers kijken inmiddels steeds nadrukkelijker naar een fundamenteler probleem: wat gebeurt er wanneer AI niet alleen een hulpmiddel is bij het leren, maar een deel van het denkproces daadwerkelijk vervangt?
MIT waarschuwt voor ‘cognitive surrender’
MIT stelde begin 2026 een speciale commissie in om te onderzoeken hoe generatieve AI wordt gebruikt bij onderwijs, leren en onderzoek. Gedurende vijf maanden werd gekeken naar de ontwikkelingen binnen de universiteit en naar de mogelijke gevolgen daarvan. De conclusie is nadrukkelijk niet dat AI uit het onderwijs moet verdwijnen. MIT ziet juist veel mogelijkheden voor de technologie, maar waarschuwt tegelijkertijd voor een situatie waarin AI niet langer het menselijke denkproces ondersteunt, maar delen daarvan vervangt.
Daarvoor gebruikt MIT de opvallende term ‘cognitive surrender’: het overdragen van cognitieve taken aan AI. Een belangrijk begrip hierbij is cognitive friction. Leren kost moeite. Studenten proberen zelf een probleem op te lossen, lopen daarbij soms vast, beginnen opnieuw, zoeken informatie, discussiëren met medestudenten en ontdekken uiteindelijk waarom een bepaalde oplossing wel of niet werkt. Volgens MIT is juist die inspanning een wezenlijk onderdeel van leren.
Een AI-chatbot kan veel van die wrijving wegnemen. Dat is efficiënt, maar kan ook een keerzijde hebben. Wanneer studenten bij de eerste moeilijkheid direct AI om een antwoord vragen, kan een illusion of learning ontstaan: studenten hebben het gevoel dat ze de stof begrijpen, terwijl een deel van het denkproces feitelijk door de AI is uitgevoerd. MIT signaleert bovendien dat AI invloed kan hebben op de sociale kant van studeren. Wanneer een chatbot altijd beschikbaar is om vragen te beantwoorden, kan dat bijvoorbeeld gevolgen hebben voor gezamenlijke studiesessies en andere vormen van onderlinge interactie. MIT pleit er daarom voor om mensen, gemeenschap en de fysieke universitaire ervaring centraal te blijven stellen. Meer informatie over het onderzoek is te vinden via MIT Undergraduate Education.
Radboud onderzoekt invloed op kritisch denken
Ook in Nederland begint het mogelijke effect van AI op denkvaardigheden nadrukkelijker onderwerp van onderzoek te worden. De Radboud Universiteit onderzoekt sinds 2026 de invloed van AI-gebruik op het kritisch denken van studenten. Onderzoeker Mirjam Goudsmit kijkt binnen de bachelor Bedrijfskunde naar de relatie tussen ervaring met generatieve AI, het daadwerkelijke gebruik ervan, kritisch denken en leeruitkomsten.
De uitgangspositie is daarbij bewust niet dat AI per definitie slecht is voor studenten. Taalmodellen kunnen het leren ondersteunen, maar tegelijkertijd bestaat het risico dat studenten een deel van hun cognitieve werk uitbesteden en daardoor minder kritisch met informatie omgaan. Studenten mogen tijdens een groepsopdracht gebruikmaken van EduGenAI en andere informatiebronnen. Vooraf worden hun ervaring met AI en kritische denkvaardigheden onderzocht. Na de opdracht wordt bekeken hoe zij AI daadwerkelijk hebben ingezet en in hoeverre kritisch denken in hun werk zichtbaar is. Het onderzoek loopt nog en moet uiteindelijk zowel een wetenschappelijk artikel als een praktijkgericht rapport opleveren.
Radboud heeft daarnaast al onderzoek gedaan naar de verantwoorde integratie van generatieve AI in het academisch onderwijs. Uit focusgroepen met studenten en docenten kwam onder meer naar voren dat binnen opleidingen veel onduidelijkheid bestaat over toegestaan AI-gebruik. Wat bij de ene cursus mag, kan bij een andere verboden zijn. Tegelijkertijd kwam de zorg naar voren dat overmatig of ongericht gebruik van AI zelfstandig denken en diepgaand leren kan ondermijnen. De onderzoekers pleiten er daarom voor AI-gebruik nadrukkelijk te koppelen aan onderwijsdoelen.
Utrecht kijkt naar ‘cognitive offloading’
De Universiteit Utrecht kijkt eveneens naar de invloed van AI op het leren van studenten. Daarbij wordt een begrip gebruikt dat dicht tegen de waarschuwing van MIT aanligt: cognitive offloading. Daarmee wordt bedoeld dat mensen cognitieve taken uitbesteden aan hulpmiddelen.
Dat verschijnsel is uiteraard niet nieuw. Rekenmachines, zoekmachines en navigatiesystemen nemen al jarenlang bepaalde cognitieve taken van mensen over. Generatieve AI gaat echter een stap verder, omdat systemen ook complexere taken kunnen uitvoeren. Een student hoeft bijvoorbeeld niet langer zelf de structuur voor een tekst te bedenken, argumenten te ordenen, informatie samen te vatten of naar de juiste formulering te zoeken. Een taalmodel kan dergelijke werkzaamheden binnen enkele seconden uitvoeren.
Utrecht benadrukt tegelijkertijd dat er nog relatief weinig empirisch bewijs beschikbaar is over de langetermijneffecten hiervan. Er zijn onderzoeken waarin GenAI-gebruik negatief wordt geassocieerd met kritisch denken en waarin cognitive offloading een rol speelt, maar daaruit kan niet zonder meer worden geconcludeerd dat AI studenten minder kritisch maakt. Veel hangt af van de manier waarop de technologie wordt ingezet. Een chatbot gebruiken om argumenten kritisch te laten bevragen is immers iets anders dan AI vragen een complete opdracht te produceren.
ChatGPT is inmiddels heel gewoon
Dat generatieve AI ondertussen stevig in het Nederlandse hoger onderwijs is doorgedrongen, blijkt uit onderzoek van de Open Universiteit. Daar werden 164 studenten en 45 docenten onderzocht. Van de studenten gaf 96 procent aan ChatGPT voor leren te gebruiken; onder docenten gebruikte 95 procent ChatGPT voor onderwijsdoeleinden.
Studenten gebruiken GenAI onder andere om teksten te verbeteren en te parafraseren, concepten beter te begrijpen en materiaal samen te vatten. Docenten zetten de technologie bijvoorbeeld in om samenvattingen en examenvragen te maken en lesmateriaal voor te bereiden. Tegelijkertijd bleek het gebruik voor activerende leeractiviteiten veel beperkter. Zowel studenten als docenten hadden bovendien relatief weinig vertrouwen in de informatie die AI produceert en zagen de noodzaak om antwoorden met andere bronnen te controleren. Het onderzoek wees daarnaast op behoefte aan meer AI-geletterdheid en duidelijkere richtlijnen. Zo wist 70 procent van de onderzochte studenten destijds niet of de instelling beleid had voor het gebruik van generatieve AI.
Een ander beeld komt uit een in 2026 gepubliceerd onderzoek naar ChatGPT-gebruik onder 310 studenten in het Nederlandse hoger onderwijs. Dit onderzoek van Athanasios Polyportis van de Erasmus Universiteit Rotterdam verscheen in Computers in Human Behavior: Artificial Humans. Hieruit bleek onder meer een verschil tussen de intentie om ChatGPT te gebruiken en het daadwerkelijke gebruik. Van de deelnemers was 62,6 procent van plan ChatGPT voor de studie te gebruiken, terwijl 47,1 procent aangaf dat daadwerkelijk te doen. Factoren als behoefte aan menselijke interactie, vertrouwen, zelfvertrouwen in het eigen AI-gebruik en de zichtbaarheid van geaccepteerd AI-gebruik binnen de onderwijsomgeving blijken daarbij een rol te spelen.
AI dwingt onderwijs opnieuw naar toetsing te kijken
De discussie over AI en leren raakt onvermijdelijk aan de manier waarop studenten worden getoetst. Als een taalmodel een essay, programmeeropdracht, samenvatting of analyse grotendeels kan uitvoeren, zegt het eindresultaat immers niet automatisch meer hetzelfde over wat een student zelf beheerst. Dat maakt de vraag relevant welk AI-gebruik bij een specifieke opdracht acceptabel is en welk denkproces de student aantoonbaar zelf moet uitvoeren.
Npuls heeft hiervoor de AI-waaier voor toetsen ontwikkeld. Het instrument onderscheidt vijf niveaus van AI-gebruik, uiteenlopend van helemaal geen AI tot co-creatie tussen student en AI. De waaier werd in eerste instantie voor het mbo ontwikkeld, maar is volgens Npuls ook bruikbaar in het hbo en wetenschappelijk onderwijs. Het instrument schrijft niet voor hoeveel AI moet worden toegestaan. Het helpt opleidingen vooral expliciet na te denken over de relatie tussen AI-gebruik, toetsvorm en leerdoel.
Ook SURF Tech Trends 2026 plaatst generatieve AI in een bredere ontwikkeling binnen onderwijs en onderzoek. Daarbij gaat het niet alleen om de technische mogelijkheden van AI, maar ook om de gevolgen voor onderwijs, autonomie, inclusiviteit, digitaal welzijn en andere publieke waarden.
Van AI-fraude naar de vraag wat studenten zelf moeten leren
De onderzoeken laten vooralsnog niet toe om te concluderen dat generatieve AI studenten aantoonbaar minder intelligent of minder kritisch maakt. Daarvoor is het empirische onderzoek nog te beperkt en zijn de effecten te afhankelijk van de manier waarop de technologie wordt gebruikt. Het Nederlandse Radboud-onderzoek naar kritisch denken loopt bovendien nog.
Wel is duidelijk dat de discussie over AI in het onderwijs een nieuwe fase ingaat. Kort na de introductie van ChatGPT ging het vooral over de vraag of studenten AI gebruikten en of dat mocht. Nu komt een andere vraag centraal te staan: welk denkwerk moet een student tijdens een opleiding eigenlijk zelf blijven uitvoeren?
Juist het ongemak van niet direct een antwoord weten, zelf informatie moeten zoeken, een verkeerde redenering volgen, opnieuw beginnen en met anderen discussiëren kan onderdeel zijn van het leerproces. AI kan dat proces ondersteunen door bijvoorbeeld vragen te stellen, alternatieve argumenten aan te dragen of feedback te geven. Dezelfde technologie kan echter ook veel van deze stappen overslaan door onmiddellijk een bruikbaar antwoord te produceren.
Daarmee komen de waarschuwing van MIT over cognitive surrender en het Nederlandse onderzoek naar cognitive offloading, kritisch denken, AI-geletterdheid en toetsing uiteindelijk bij dezelfde fundamentele kwestie uit: als AI steeds meer van het denkwerk kan overnemen, welk denkwerk willen universiteiten en hogescholen dan juist níét aan AI uitbesteden?






0 Reacties