AI, chips, datacenters, robotica en quantumtechnologie groeien de komende vijftien jaar uit tot markten van duizenden miljarden euro’s. Europa loopt in sommige segmenten achter op de Verenigde Staten en China, maar beschikt tegelijkertijd over sterke posities in onder meer quantumtechnologie, microgrids, medtech, chipproductieapparatuur en industriële technologie. Volgens een nieuwe studie van Roland Berger (pdf) ligt de grootste kans daarom niet in het overal willen inhalen van concurrenten, maar in het slimmer uitbouwen van bestaande sterke punten.
De komende vijftien jaar dient zich een nieuwe technologiegolf aan die grote gevolgen kan hebben voor economie, industrie en bedrijfsvoering. Strategieconsultant Roland Berger analyseerde ruim 400 technologische ontwikkelingen en selecteerde daaruit dertig trends die volgens de onderzoekers richting 2040 een belangrijke rol gaan spelen.
Het gaat om technologieën die uiteenlopen van kunstmatige intelligentie, halfgeleiders en datacenters tot humanoïde robots, quantumtechnologie, energieopslag, microgrids, autonome mobiliteit, biomaterialen en medtech.
De omvang van deze markten kan aanzienlijk worden. De dertig technologiegebieden vertegenwoordigen momenteel volgens Roland Berger ongeveer 9 procent van het mondiale industriële bbp. In 2040 zou dat kunnen zijn gegroeid tot 37 procent. De gezamenlijke markt groeit in de prognose van circa 2,5 biljoen euro nu naar meer dan 20 biljoen euro in 2040.
Voor Europese bedrijven betekent dat vooral dat er veel nieuwe markten ontstaan. De vraag is niet alleen welke technologie uiteindelijk dominant wordt, maar ook waar Europese ondernemingen binnen die nieuwe waardeketens een sterke positie kunnen innemen.
Veertien technologieën springen eruit
Roland Berger selecteert uit de dertig trends veertien technologiegebieden die de komende jaren extra belangrijk kunnen worden. Daarbij is gekeken naar hun invloed op verschillende sectoren, de verwachte marktomvang en de snelheid waarmee commerciële toepassingen zich ontwikkelen.
Voor CIO’s, IT-managers en business managers springen vooral AI, halfgeleiders en datacenters eruit. Deze drie markten zijn samen volgens de onderzoekers in 2040 goed voor meer dan de helft van de totale waarde van de veertien geselecteerde technologiegebieden.
De voorspelde groei is fors. De markt voor AI-systemen en intelligente software groeit in de raming van 210 miljard euro in 2025 naar 5 biljoen euro in 2040. Voor halfgeleiders wordt een groei voorzien van 670 miljard naar 2,6 biljoen euro, terwijl datacenters van 380 miljard naar 2,5 biljoen euro gaan.
Ook technologieën die nu nog relatief klein zijn kunnen snel groeien. Zo schat Roland Berger de huidige markt voor humanoïde robots op ongeveer 1 miljard euro, tegenover mogelijk 750 miljard euro in 2040. Quantumtechnologie zou in dezelfde periode kunnen groeien van ongeveer 1 miljard naar 330 miljard euro. Het gaat daarbij nadrukkelijk om prognoses en dus niet om gegarandeerde marktontwikkelingen.
AI wordt een motor achter andere markten
Een interessante conclusie uit het rapport is dat deze technologieën steeds minder los van elkaar kunnen worden bekeken. AI heeft bijvoorbeeld grote hoeveelheden rekenkracht nodig. Daardoor groeit niet alleen de markt voor AI-software, maar ook die voor chips, datacenters, stroomvoorzieningen, koeling en digitale infrastructuur.
Dat wordt duidelijk zichtbaar bij datacenters. Het Roland Berger Data Center Model gaat uit van een groei van de wereldwijd geïnstalleerde capaciteit van circa 90 GW in 2025 naar bijna 350 GW in 2035. Het aandeel van AI in de totale belasting van die datacenters zou in dezelfde periode stijgen van ongeveer 20 naar bijna 60 procent.
Voor Europese technologiebedrijven biedt juist die ontwikkeling kansen. Hoewel Europa volgens de studie achterloopt bij de bouw van zeer grote datacenters, heeft het continent sterke leveranciersposities in onder meer stroomdistributie, koeling en energievoorziening. Daarmee is de groei van AI-infrastructuur niet alleen een markt voor hyperscalers en chipfabrikanten, maar ook voor bedrijven die de fysieke infrastructuur leveren waarmee datacenters kunnen functioneren.
Europa beschikt over belangrijke uitgangsposities
Het rapport is kritisch over het Europese vermogen om technologie snel op grote schaal te commercialiseren, maar constateert tegelijkertijd dat het continent over een stevige technologische basis beschikt.
Europa heeft een sterke wetenschappelijke en onderzoeksinfrastructuur, goede universiteiten en een lange geschiedenis van technologische innovatie. Het probleem zit volgens Roland Berger vooral in het omzetten van die kennis in grote commerciële markten. Versnippering, beperkte beschikbaarheid van groeikapitaal en relatief langzame besluitvorming hebben opschaling in het verleden bemoeilijkt.
Die analyse betekent echter niet dat Europa overal opnieuw moet beginnen. Juist het tegenovergestelde: de studie wijst verschillende gebieden aan waarin Europese bedrijven al sterke posities hebben.
In quantumtechnologie, microgrids en CO2-afvang spreekt Roland Berger zelfs van wereldwijde leidende posities. Ook in medtech, biomaterialen, industriële technologie en onderdelen van de semiconductorindustrie beschikt Europa over waardevolle kennis, bedrijven en supply chains.
AI: kansen vooral in gespecialiseerde toepassingen
Bij AI is de uitgangspositie anders. De grootste algemene modellen worden momenteel vooral in de Verenigde Staten en China ontwikkeld. Roland Berger ziet het daarom niet als vanzelfsprekend dat Europa rechtstreeks moet proberen dezelfde horizontale AI-platforms te bouwen.
Interessanter zijn volgens de onderzoekers gespecialiseerde AI-oplossingen voor sectoren waarin Europese bedrijven al veel kennis en data hebben.
Voorbeelden zijn predictive maintenance, fleet optimization en industriële procesbesturing. Hier kan sectorspecifieke kennis worden gecombineerd met bestaande AI-modellen. Dat biedt Europese ondernemingen de mogelijkheid om waarde te creëren zonder zelf miljarden te investeren in het trainen van de grootste algemene modellen. Voor veel CIO’s en IT-managers sluit dat aan bij de manier waarop AI momenteel binnen organisaties wordt ingevoerd. De concurrentiekracht zit niet noodzakelijk in het onderliggende model, maar steeds vaker in de manier waarop een organisatie modellen combineert met eigen data, processen, kennis en software.
Halfgeleiders illustreren Europese specialisatie
Ook de chipindustrie laat goed zien hoe zo’n gerichte strategie eruit kan zien. Europa heeft slechts een beperkt aandeel in de mondiale productie van halfgeleiders. Tegelijkertijd beschikt het over uitzonderlijk sterke posities in belangrijke delen van de waardeketen.
Het bekendste voorbeeld is EUV-lithografie, waarin het Nederlandse ASML een unieke mondiale positie heeft. Daarnaast ziet Roland Berger sterke Europese posities in chipproductieapparatuur, intellectueel eigendom en ontwerp, en halfgeleiders voor automotive‑, industriële en energietoepassingen.
Dat illustreert een belangrijk uitgangspunt uit het rapport: technologische invloed vereist niet noodzakelijk dat één regio de volledige waardeketen beheerst. Een sterke positie in cruciale onderdelen kan eveneens grote economische en strategische waarde opleveren.
Drie routes naar groei
Roland Berger onderscheidt daarom drie strategieën waarmee Europa de komende jaren kan inspelen op de nieuwe technologiecyclus.
De eerste route noemt het bureau ‘Europe for global’. Hierbij gaat het om technologieën waarin Europa al een sterke uitgangspositie heeft en waarmee bedrijven wereldwijd kunnen concurreren. Voorbeelden zijn quantumtechnologie, microgrids, CO2-afvang en medtech.
De tweede route is ‘Europe for Europe’. Daarbij kunnen Europese behoeften zelf voldoende schaal creëren om technologie te ontwikkelen en uit te rollen. Roland Berger noemt onder meer humanoïde robotica, autonome systemen, laadinfrastructuur en autonome mobiliteit.
De derde route is ‘foreign player localized in Europe’. In technologiegebieden waarin buitenlandse bedrijven momenteel een duidelijke voorsprong hebben, kan Europa proberen productie, R&D en infrastructuur naar het continent te halen. Dat geldt volgens de studie onder meer voor geavanceerde halfgeleiders, AI en datacenters.
Die laatste strategie hoeft niet te betekenen dat Europa zijn technologische ambities opgeeft. Het kan juist zorgen voor lokale kennisontwikkeling, werkgelegenheid, supply chains en nieuwe ecosystemen rond buitenlandse investeringen.
Markt van circa 3 biljoen euro voor Europa
Wanneer deze drie strategieën worden gecombineerd, denkt Roland Berger dat Europa in 2040 ongeveer 3 biljoen euro aan economische waarde kan realiseren binnen de veertien belangrijkste technologiemarkten. Dat zou neerkomen op ongeveer 20 procent van de mondiale industriële economische waarde die deze technologieën vertegenwoordigen.
Daarvoor moet Europa volgens de onderzoekers wel sneller leren opschalen. Niet alleen overheden hebben daarin een rol. Ook ondernemingen moeten anders omgaan met technologie en innovatie.
Bedrijven hoeven niet alles zelf te ontwikkelen
Een van de meest praktische boodschappen uit het rapport is dat bedrijven veel scherper moeten bepalen waar in een technologieketen zij daadwerkelijk waarde kunnen toevoegen. Roland Berger pleit bijvoorbeeld voor meer samenwerking en co-development. Bedrijven hoeven niet noodzakelijk ieder onderdeel van een technologisch platform zelf te ontwikkelen.
Dat is met name relevant nu vrijwel iedere grote technologietrend uit meerdere lagen bestaat. AI combineert modellen, chips, cloudinfrastructuur, data en software. Robotica combineert AI met sensoren, actuatoren, aandrijftechniek en industriële software. Autonome mobiliteit vraagt weer om een samenspel van hardware, software, connectiviteit, AI en regelgeving.
Juist systeemintegratie kan daardoor een belangrijke Europese kracht worden. Bedrijven kunnen zich richten op control layers, specifieke subsystemen of integratiekennis in plaats van te proberen complete platforms te bouwen.
Technologie wordt steeds meer een managementvraagstuk
Voor CIO’s en business managers leidt dat tot een bredere technologieagenda.
De vraag wordt minder: welke technologie moeten we aanschaffen? Belangrijker wordt: welke technologische capabilities willen we als organisatie zelf bezitten, en welke halen we uit een ecosysteem?
Roland Berger noemt acht factoren die daarbij steeds belangrijker worden. Daaronder vallen het vermogen om technologie snel op te schalen, toegang tot kapitaal, software- en datavaardigheden, systeemintegratie, risicobereidheid, toegang tot talent en het vermogen om via ecosystemen standaarden te beïnvloeden.
De onderzoekers maken daarbij een nuttig onderscheid tussen technologieën waarop organisaties nu al moeten reageren en ontwikkelingen waarvoor nog tijd bestaat om kennis en partnerships op te bouwen.
Negen van de veertien prioritaire technologieën vallen in de categorie ‘Act Now’. Hier ontstaan markten al op grote schaal en worden posities nu verdeeld. Vijf andere trends vallen onder ‘Scout & Prepare’. Daarbij ligt grootschalige commercialisering verder in de toekomst, maar is dit juist het moment om kennis, talent, intellectueel eigendom en samenwerkingen op te bouwen.
Niet overal de grootste hoeven zijn
Misschien is dat uiteindelijk de meest positieve boodschap uit The 2040 Technology Game Plan. Europa hoeft niet in iedere technologie de grootste aanbieder ter wereld te worden om van de komende technologiegolf te profiteren.
Het continent beschikt al over sterke industriële bedrijven, gespecialiseerde technologische kennis, onderzoeksinstellingen en posities in cruciale onderdelen van wereldwijde waardeketens. De uitdaging is vooral om die afzonderlijke sterke punten beter te combineren en sneller naar commerciële schaal te brengen.
Voor bedrijven betekent dat niet dat zij achter iedere technologietrend aan moeten lopen. Het vraagt juist om keuzes. Waar heeft de organisatie eigen kennis die moeilijk te kopiëren is? Welke data of klantrelaties kunnen met nieuwe technologie worden gecombineerd? Welke onderdelen moeten zelf worden ontwikkeld en waar is samenwerking verstandiger?
De technologiewedloop richting 2040 draait daarmee niet alleen om wie de grootste AI-modellen, chipfabrieken of datacenters bouwt. Er ontstaan ook omvangrijke markten rond integratie, gespecialiseerde toepassingen, infrastructuur en industriële technologie. En juist op veel van die terreinen begint Europa niet vanaf nul.






0 Reacties