1 oktober 2026

0 Reactie(s)

1 oktober 2026

Europa heeft meer technologische troeven dan het soms zelf denkt

AI, chips, datacen­ters, robotica en quantum­tech­no­logie groeien de komende vijftien jaar uit tot markten van duizenden miljarden euro’s. Europa loopt in sommige segmenten achter op de Verenigde Staten en China, maar beschikt tegelij­ker­tijd over sterke posities in onder meer quantum­tech­no­logie, micro­grids, medtech, chippro­duc­tie­ap­pa­ra­tuur en industriële techno­logie. Volgens een nieuwe studie van Roland Berger (pdf) ligt de grootste kans daarom niet in het overal willen inhalen van concur­renten, maar in het slimmer uitbouwen van bestaande sterke punten.

De komende vijftien jaar dient zich een nieuwe techno­lo­gie­golf aan die grote gevolgen kan hebben voor economie, industrie en bedrijfs­voe­ring. Strate­gie­con­sul­tant Roland Berger analy­seerde ruim 400 techno­lo­gi­sche ontwik­ke­lingen en selec­teerde daaruit dertig trends die volgens de onder­zoe­kers richting 2040 een belang­rijke rol gaan spelen.

Het gaat om techno­lo­gieën die uiteen­lopen van kunst­ma­tige intel­li­gentie, halfge­lei­ders en datacen­ters tot humanoïde robots, quantum­tech­no­logie, energie­op­slag, micro­grids, autonome mobili­teit, bioma­te­ri­alen en medtech. 

De omvang van deze markten kan aanzien­lijk worden. De dertig techno­lo­gie­ge­bieden verte­gen­woor­digen momen­teel volgens Roland Berger ongeveer 9 procent van het mondiale industriële bbp. In 2040 zou dat kunnen zijn gegroeid tot 37 procent. De gezamen­lijke markt groeit in de prognose van circa 2,5 biljoen euro nu naar meer dan 20 biljoen euro in 2040.

Voor Europese bedrijven betekent dat vooral dat er veel nieuwe markten ontstaan. De vraag is niet alleen welke techno­logie uitein­de­lijk dominant wordt, maar ook waar Europese onder­ne­mingen binnen die nieuwe waarde­ke­tens een sterke positie kunnen innemen.

Veertien technologieën springen eruit

Roland Berger selec­teert uit de dertig trends veertien techno­lo­gie­ge­bieden die de komende jaren extra belang­rijk kunnen worden. Daarbij is gekeken naar hun invloed op verschil­lende sectoren, de verwachte markt­om­vang en de snelheid waarmee commer­ciële toepas­singen zich ontwikkelen. 

Voor CIO’s, IT-managers en business managers springen vooral AI, halfge­lei­ders en datacen­ters eruit. Deze drie markten zijn samen volgens de onder­zoe­kers in 2040 goed voor meer dan de helft van de totale waarde van de veertien geselec­teerde technologiegebieden. 

De voorspelde groei is fors. De markt voor AI-systemen en intel­li­gente software groeit in de raming van 210 miljard euro in 2025 naar 5 biljoen euro in 2040. Voor halfge­lei­ders wordt een groei voorzien van 670 miljard naar 2,6 biljoen euro, terwijl datacen­ters van 380 miljard naar 2,5 biljoen euro gaan.

Ook techno­lo­gieën die nu nog relatief klein zijn kunnen snel groeien. Zo schat Roland Berger de huidige markt voor humanoïde robots op ongeveer 1 miljard euro, tegen­over mogelijk 750 miljard euro in 2040. Quantum­tech­no­logie zou in dezelfde periode kunnen groeien van ongeveer 1 miljard naar 330 miljard euro. Het gaat daarbij nadruk­ke­lijk om prognoses en dus niet om gegaran­deerde marktontwikkelingen. 

AI wordt een motor achter andere markten

Een interes­sante conclusie uit het rapport is dat deze techno­lo­gieën steeds minder los van elkaar kunnen worden bekeken. AI heeft bijvoor­beeld grote hoeveel­heden reken­kracht nodig. Daardoor groeit niet alleen de markt voor AI-software, maar ook die voor chips, datacen­ters, stroom­voor­zie­ningen, koeling en digitale infrastructuur.

Dat wordt duide­lijk zicht­baar bij datacen­ters. Het Roland Berger Data Center Model gaat uit van een groei van de wereld­wijd geïnstal­leerde capaci­teit van circa 90 GW in 2025 naar bijna 350 GW in 2035. Het aandeel van AI in de totale belas­ting van die datacen­ters zou in dezelfde periode stijgen van ongeveer 20 naar bijna 60 procent. 

Voor Europese techno­lo­gie­be­drijven biedt juist die ontwik­ke­ling kansen. Hoewel Europa volgens de studie achter­loopt bij de bouw van zeer grote datacen­ters, heeft het conti­nent sterke leveran­ciers­po­si­ties in onder meer stroom­dis­tri­butie, koeling en energie­voor­zie­ning. Daarmee is de groei van AI-infra­struc­tuur niet alleen een markt voor hypers­ca­lers en chipfa­bri­kanten, maar ook voor bedrijven die de fysieke infra­struc­tuur leveren waarmee datacen­ters kunnen functioneren. 

Europa beschikt over belangrijke uitgangsposities

Het rapport is kritisch over het Europese vermogen om techno­logie snel op grote schaal te commer­ci­a­li­seren, maar consta­teert tegelij­ker­tijd dat het conti­nent over een stevige techno­lo­gi­sche basis beschikt.

Europa heeft een sterke weten­schap­pe­lijke en onder­zoeks­in­fra­struc­tuur, goede univer­si­teiten en een lange geschie­denis van techno­lo­gi­sche innovatie. Het probleem zit volgens Roland Berger vooral in het omzetten van die kennis in grote commer­ciële markten. Versnip­pe­ring, beperkte beschik­baar­heid van groei­ka­pi­taal en relatief langzame besluit­vor­ming hebben opscha­ling in het verleden bemoeilijkt. 

Die analyse betekent echter niet dat Europa overal opnieuw moet beginnen. Juist het tegen­over­ge­stelde: de studie wijst verschil­lende gebieden aan waarin Europese bedrijven al sterke posities hebben.

In quantum­tech­no­logie, micro­grids en CO2-afvang spreekt Roland Berger zelfs van wereld­wijde leidende posities. Ook in medtech, bioma­te­ri­alen, industriële techno­logie en onder­delen van de semicon­duc­tor­in­du­strie beschikt Europa over waarde­volle kennis, bedrijven en supply chains. 

AI: kansen vooral in gespecialiseerde toepassingen

Bij AI is de uitgangs­po­sitie anders. De grootste algemene modellen worden momen­teel vooral in de Verenigde Staten en China ontwik­keld. Roland Berger ziet het daarom niet als vanzelf­spre­kend dat Europa recht­streeks moet proberen dezelfde horizon­tale AI-platforms te bouwen.

Interes­santer zijn volgens de onder­zoe­kers gespe­ci­a­li­seerde AI-oplos­singen voor sectoren waarin Europese bedrijven al veel kennis en data hebben.

Voorbeelden zijn predic­tive maintenance, fleet optimi­za­tion en industriële proces­be­stu­ring. Hier kan sector­spe­ci­fieke kennis worden gecom­bi­neerd met bestaande AI-modellen. Dat biedt Europese onder­ne­mingen de mogelijk­heid om waarde te creëren zonder zelf miljarden te inves­teren in het trainen van de grootste algemene modellen. Voor veel CIO’s en IT-managers sluit dat aan bij de manier waarop AI momen­teel binnen organi­sa­ties wordt ingevoerd. De concur­ren­tie­kracht zit niet noodza­ke­lijk in het onder­lig­gende model, maar steeds vaker in de manier waarop een organi­satie modellen combi­neert met eigen data, processen, kennis en software.

Halfgeleiders illustreren Europese specialisatie

Ook de chipin­du­strie laat goed zien hoe zo’n gerichte strategie eruit kan zien. Europa heeft slechts een beperkt aandeel in de mondiale productie van halfge­lei­ders. Tegelij­ker­tijd beschikt het over uitzon­der­lijk sterke posities in belang­rijke delen van de waardeketen.

Het bekendste voorbeeld is EUV-litho­grafie, waarin het Neder­landse ASML een unieke mondiale positie heeft. Daarnaast ziet Roland Berger sterke Europese posities in chippro­duc­tie­ap­pa­ra­tuur, intel­lec­tueel eigendom en ontwerp, en halfge­lei­ders voor automotive‑, industriële en energietoepassingen.

Dat illustreert een belang­rijk uitgangs­punt uit het rapport: techno­lo­gi­sche invloed vereist niet noodza­ke­lijk dat één regio de volle­dige waarde­keten beheerst. Een sterke positie in cruciale onder­delen kan eveneens grote econo­mi­sche en strate­gi­sche waarde opleveren.

Drie routes naar groei

Roland Berger onder­scheidt daarom drie strate­gieën waarmee Europa de komende jaren kan inspelen op de nieuwe technologiecyclus.

De eerste route noemt het bureau ‘Europe for global’. Hierbij gaat het om techno­lo­gieën waarin Europa al een sterke uitgangs­po­sitie heeft en waarmee bedrijven wereld­wijd kunnen concur­reren. Voorbeelden zijn quantum­tech­no­logie, micro­grids, CO2-afvang en medtech.

De tweede route is ‘Europe for Europe’. Daarbij kunnen Europese behoeften zelf voldoende schaal creëren om techno­logie te ontwik­kelen en uit te rollen. Roland Berger noemt onder meer humanoïde robotica, autonome systemen, laadin­fra­struc­tuur en autonome mobiliteit.

De derde route is ‘foreign player localized in Europe’. In techno­lo­gie­ge­bieden waarin buiten­landse bedrijven momen­teel een duide­lijke voorsprong hebben, kan Europa proberen productie, R&D en infra­struc­tuur naar het conti­nent te halen. Dat geldt volgens de studie onder meer voor geavan­ceerde halfge­lei­ders, AI en datacenters. 

Die laatste strategie hoeft niet te betekenen dat Europa zijn techno­lo­gi­sche ambities opgeeft. Het kan juist zorgen voor lokale kennis­ont­wik­ke­ling, werkge­le­gen­heid, supply chains en nieuwe ecosys­temen rond buiten­landse investeringen.

Markt van circa 3 biljoen euro voor Europa

Wanneer deze drie strate­gieën worden gecom­bi­neerd, denkt Roland Berger dat Europa in 2040 ongeveer 3 biljoen euro aan econo­mi­sche waarde kan reali­seren binnen de veertien belang­rijkste techno­lo­gie­markten. Dat zou neerkomen op ongeveer 20 procent van de mondiale industriële econo­mi­sche waarde die deze techno­lo­gieën vertegenwoordigen. 

Daarvoor moet Europa volgens de onder­zoe­kers wel sneller leren opschalen. Niet alleen overheden hebben daarin een rol. Ook onder­ne­mingen moeten anders omgaan met techno­logie en innovatie.

Bedrijven hoeven niet alles zelf te ontwikkelen

Een van de meest prakti­sche boodschappen uit het rapport is dat bedrijven veel scherper moeten bepalen waar in een techno­lo­gie­keten zij daadwer­ke­lijk waarde kunnen toevoegen. Roland Berger pleit bijvoor­beeld voor meer samen­wer­king en co-devel­op­ment. Bedrijven hoeven niet noodza­ke­lijk ieder onder­deel van een techno­lo­gisch platform zelf te ontwikkelen.

Dat is met name relevant nu vrijwel iedere grote techno­lo­gie­trend uit meerdere lagen bestaat. AI combi­neert modellen, chips, cloud­in­fra­struc­tuur, data en software. Robotica combi­neert AI met sensoren, actua­toren, aandrijf­tech­niek en industriële software. Autonome mobili­teit vraagt weer om een samen­spel van hardware, software, connec­ti­vi­teit, AI en regelgeving.

Juist systeem­in­te­gratie kan daardoor een belang­rijke Europese kracht worden. Bedrijven kunnen zich richten op control layers, speci­fieke subsys­temen of integra­tie­kennis in plaats van te proberen complete platforms te bouwen. 

Technologie wordt steeds meer een managementvraagstuk

Voor CIO’s en business managers leidt dat tot een bredere technologieagenda.

De vraag wordt minder: welke techno­logie moeten we aanschaffen? Belang­rijker wordt: welke techno­lo­gi­sche capabi­li­ties willen we als organi­satie zelf bezitten, en welke halen we uit een ecosysteem?

Roland Berger noemt acht factoren die daarbij steeds belang­rijker worden. Daaronder vallen het vermogen om techno­logie snel op te schalen, toegang tot kapitaal, software- en datavaar­dig­heden, systeem­in­te­gratie, risico­be­reid­heid, toegang tot talent en het vermogen om via ecosys­temen standaarden te beïnvloeden. 

De onder­zoe­kers maken daarbij een nuttig onder­scheid tussen techno­lo­gieën waarop organi­sa­ties nu al moeten reageren en ontwik­ke­lingen waarvoor nog tijd bestaat om kennis en partner­ships op te bouwen.

Negen van de veertien priori­taire techno­lo­gieën vallen in de categorie ‘Act Now’. Hier ontstaan markten al op grote schaal en worden posities nu verdeeld. Vijf andere trends vallen onder ‘Scout & Prepare’. Daarbij ligt groot­scha­lige commer­ci­a­li­se­ring verder in de toekomst, maar is dit juist het moment om kennis, talent, intel­lec­tueel eigendom en samen­wer­kingen op te bouwen. 

Niet overal de grootste hoeven zijn

Misschien is dat uitein­de­lijk de meest positieve boodschap uit The 2040 Techno­logy Game Plan. Europa hoeft niet in iedere techno­logie de grootste aanbieder ter wereld te worden om van de komende techno­lo­gie­golf te profiteren.

Het conti­nent beschikt al over sterke industriële bedrijven, gespe­ci­a­li­seerde techno­lo­gi­sche kennis, onder­zoeks­in­stel­lingen en posities in cruciale onder­delen van wereld­wijde waarde­ke­tens. De uitda­ging is vooral om die afzon­der­lijke sterke punten beter te combi­neren en sneller naar commer­ciële schaal te brengen.

Voor bedrijven betekent dat niet dat zij achter iedere techno­lo­gie­trend aan moeten lopen. Het vraagt juist om keuzes. Waar heeft de organi­satie eigen kennis die moeilijk te kopiëren is? Welke data of klant­re­la­ties kunnen met nieuwe techno­logie worden gecom­bi­neerd? Welke onder­delen moeten zelf worden ontwik­keld en waar is samen­wer­king verstandiger?

De techno­lo­gie­wed­loop richting 2040 draait daarmee niet alleen om wie de grootste AI-modellen, chipfa­brieken of datacen­ters bouwt. Er ontstaan ook omvang­rijke markten rond integratie, gespe­ci­a­li­seerde toepas­singen, infra­struc­tuur en industriële techno­logie. En juist op veel van die terreinen begint Europa niet vanaf nul.

Robbert Hoeffnagel

Editor en journalist @ Business Meets IT

0 Reactie(s)

4 weergaven

Gerelateerde berichten

“Soevereiniteit stopt niet bij een Europees datacenter”

“Soevereiniteit stopt niet bij een Europees datacenter”

‘AI neemt steeds meer werk van cybercriminelen en spionnen over’

‘AI neemt steeds meer werk van cybercriminelen en spionnen over’

Beltug: Europese techsoevereiniteit staat of valt met een werkbare uitvoering

Beltug: Europese techsoevereiniteit staat of valt met een werkbare uitvoering

Cloudera-onderzoek: 95% van organisaties heeft AI-projecten uitgesteld omdat infrastructuurbeperkingen leiden tot grote AI-herstructurering

Cloudera-onderzoek: 95% van organisaties heeft AI-projecten uitgesteld omdat infrastructuurbeperkingen leiden tot grote AI-herstructurering

Geen berichten gevonden.

0 Reactie(s)

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties gesloten

De reactiemogelijkheid is verlopen. (14 dagen)

Pin It on Pinterest

Share This