20 oktober 2026

0 Reactie(s)

20 oktober 2026

Open source als sleutel tot digitale autonomie: wat iedere CIO en IT-manager moet weten

De belang­stel­ling voor open source groeit door de discussie over digitale soeve­rei­ni­teit. Maar hoe werkt software waarvan iedereen de broncode kan gebruiken en aanpassen? Wie betaalt de ontwik­ke­ling, wie bepaalt de koers en waar verdienen open source bedrijven hun geld mee? Volgens Ronny Lam, direc­teur van de Dutch Open Source Business Alliance (DOSBA), is vooral belang­rijk dat bedrijven en overheden begrijpen hoe het ecosys­teem achter open source functi­o­neert. Want zonder inves­te­ringen komt ook open source software niet verder. Zeven vragen (en antwoorden) over open source-software die relevant zijn voor iedere CIO en IT-manager.

Open source-software – veel CIO’s en IT-managers die zich jaren­lang nauwe­lijks met open source bezig­hielden, tonen er inmid­dels belang­stel­ling voor. De reden is uiter­aard de groei­ende behoefte aan digitale autonomie. Organi­sa­ties willen minder afhan­ke­lijk worden van een beperkt aantal techno­lo­gie­le­ve­ran­ciers en meer controle krijgen over hun software, data en infrastructuur.

Maar die belang­stel­ling roept ook vragen op. Want hoe werkt software die niet het exclu­sieve eigendom is van één leveran­cier? Wie ontwik­kelt nieuwe functies? Hoe wordt dat gefinan­cierd? En bij wie kan een organi­satie terecht wanneer er iets misgaat?

Ronny Lam

Ronny Lam houdt zich met deze vragen bezig als direc­teur van DOSBA, de belan­gen­ver­e­ni­ging van Neder­landse open source-bedrijven. De vereni­ging brengt onder meer softwa­re­ont­wik­ke­laars, consul­tants, hosting­be­drijven en gespe­ci­a­li­seerde dienst­ver­le­ners samen. “De mensen zijn er, de kennis is er, de bedrijven zijn er, we moeten het nu goed organi­seren”, stelde Lam eerder over de Neder­landse open source sector.

1. Hoe vaak wordt open source-software nu al gebruikt?

Een eerste misver­stand is dat open source iets nieuws of uitzon­der­lijks zou zijn. In werke­lijk­heid maken vrijwel alle grotere IT-omgevingen er gebruik van. Linux draait op talloze servers en netwerk­ap­pa­raten. PostgreSQL is een veelge­bruikte database en Kuber­netes speelt een belang­rijke rol bij contai­ner­om­ge­vingen. Ook commer­ciële software bevat vaak grote hoeveel­heden open source-compo­nenten. Lam: “Vrijwel iedere cloud service, maar ook heel veel on-premise software die nu door grotere organi­sa­ties worden gebruikt, zouden zonder open source-software nooit bestaan hebben.”

Veel CIO’s reali­seren zich daardoor wellicht ook niet hoeveel open source hun organi­satie nu al gebruikt. Het verschil is dat zij deze techno­logie doorgaans niet recht­streeks afnemen, maar als onder­deel van commer­ciële oplossingen.

Open source betekent dat de broncode beschik­baar is en dat gebrui­kers, als voorwaarde van de licentie, de software mogen gebruiken, bestu­deren, aanpassen en verspreiden. Het zegt echter niets over de kwali­teit, de beschik­baar­heid van onder­steu­ning of de kosten van implementatie.

2. Waar verdienen open source bedrijven hun geld mee?

En daarmee komen we bij een van de hardnek­kigste misver­standen: open source is gratis. “Open source- software is op zich gratis, maar moet wel worden ontwik­keld, geïmple­men­teerd en onder­houden”, vertelt Lam. “Dat onder­scheid is belang­rijk. Het gebruik van open source-software hoeft geen licen­tie­ver­goe­ding aan de oorspron­ke­lijke ontwik­ke­laar te vereisen, maar de inzet ervan brengt vrijwel altijd kosten met zich mee.”

Bedrijven in de open source-markt verdienen bijvoor­beeld aan consul­tancy, systeem­in­te­gratie, imple­men­tatie, trainingen, hosting, bevei­li­ging en onder­houd. Daarnaast zijn er leveran­ciers die abonne­menten verkopen waarmee klanten toegang krijgen tot profes­si­o­nele onder­steu­ning, gecer­ti­fi­ceerde softwa­re­ver­sies en aanvul­lende diensten.

Voor organi­sa­ties betekent dit dat zij verschil­lende mogelijk­heden hebben. Ze kunnen software zelf downlo­aden, instal­leren en beheren. Ze kunnen een gespe­ci­a­li­seerde dienst­ver­lener inscha­kelen. Of ze kiezen voor een volledig beheerde oplos­sing via een managed service provider.

Het ontbreken van tradi­ti­o­nele licen­tie­kosten betekent dus niet dat open source geen commer­cieel verdien­model kent. De inkom­sten zijn alleen anders georganiseerd.

3. Wie betaalt de ontwikkeling van nieuwe functionaliteit?

Een ander en minstens zo belang­rijk onder­werp is de finan­cie­ring van open source-projecten zelf. Want software moet niet alleen gebouwd, onder­houden en bevei­ligd worden. Gebrui­kers verwachten ook nieuwe functi­o­na­li­teit, onder­steu­ning voor nieuwe techno­logie en verbe­te­ringen in presta­ties en gebruiksgemak.

Lam: “En dat ontwik­kel­werk kost geld. Sommige projecten worden groten­deels onder­houden door vrijwil­li­gers. Andere beschikken over betaalde ontwik­ke­laars die in dienst zijn van bedrijven. Ook stich­tingen, subsi­dies, donaties en gezamen­lijke inves­te­ringen van gebrui­kers behoren tot de mogelijkheden.”

Daarbij ontstaat een belang­rijk verschil met commer­ciële software. Wanneer een bedrijf een softwa­re­li­centie aanschaft, draagt het via die betaling doorgaans indirect bij aan de product­ont­wik­ke­ling. Bij open source is zo’n finan­cie­rings­stroom niet vanzelf­spre­kend. “Veel organi­sa­ties denken bij bijdragen aan open source vooral aan onder­houd en het oplossen van bevei­li­gings­pro­blemen. Maar software moet ook dooront­wik­keld worden. Gebrui­kers willen nieuwe functi­o­na­li­teit en betere mogelijk­heden. Daar zijn ontwik­ke­laars voor nodig en die moeten betaald worden.”

Voor zakelijke gebrui­kers is het daarom zinvol om bij de selectie van open source-software niet alleen naar functi­o­na­li­teit en techni­sche kwali­teit te kijken, maar ook naar de finan­cie­ring en conti­nu­ï­teit van het project.

4. Waarom zou je als gebruiker lid willen worden van een open source-community?

Hiermee komen we bij een essen­tieel onder­deel van het open source-model: bijdragen aan de gemeen­schap die de software ontwik­kelt. Dat wordt vaak aange­duid als “giving back to the community”.

Een bedrijf of overheids­or­ga­ni­satie die open source gebruikt, kan dat op verschil­lende manieren doen. Bijvoor­beeld door devel­o­pers en andere IT-profes­si­o­nals een aantal uren per week beschik­baar te stellen voor het project. Of door nieuwe functi­o­na­li­teit te laten ontwik­kelen en de code vervol­gens beschik­baar te maken voor andere gebrui­kers. Ook finan­ciële donaties, het verbe­teren van documen­tatie, het testen van nieuwe versies en het melden van fouten zijn vormen van participatie.

“Als een organi­satie jaren­lang profi­teert van open source-software, is het belang­rijk dat zij ook nadenkt over haar bijdrage aan de verdere ontwik­ke­ling. Dat hoeft niet altijd geld te zijn. Je kunt bijvoor­beeld mensen (voor een deel) vrijmaken om aan het project te werken. Uitein­de­lijk hebben alle gebrui­kers daar voordeel van.”

“Vooral voor overheden en grote(re) onder­ne­mingen kan dit interes­sant zijn. Zij gebruiken vaak jaren­lang dezelfde software en hebben daarmee een direct belang bij de conti­nu­ï­teit en toekom­stige functi­o­na­li­teit ervan. Door samen te werken met andere gebrui­kers kunnen zij boven­dien ontwik­kel­kosten delen. Functi­o­na­li­teit die door één organi­satie wordt gefinan­cierd, kan vervol­gens beschik­baar komen voor een veel grotere groep gebruikers.”

Dat betekent overi­gens niet dat iedere organi­satie verplicht is bij te dragen. De meeste open source-licen­ties stellen die eis niet. Maar wanneer een project struc­tu­reel afhan­ke­lijk is van een kleine groep vrijwil­li­gers of enkele commer­ciële finan­ciers, kan de vraag ontstaan hoe houdbaar dat model op langere termijn is.

5. Wie bepaalt de koers van een project?

Ook over de besluit­vor­ming binnen open source-projecten bestaan misver­standen. Lam: “Het feit dat iedereen broncode mag bekijken en aanpassen, betekent niet dat iedereen automa­tisch kan meebe­slissen over de toekom­stige ontwik­ke­ling. Sommige projecten worden bestuurd door onafhan­ke­lijke stich­tingen. Andere hebben een technisch bestuur van ervaren ontwik­ke­laars. Er bestaan ook projecten waarin één commer­ciële onder­ne­ming een dominante positie heeft.”

Dat verschil is belang­rijk. Wie bepaalt welke nieuwe functies priori­teit krijgen? Welke wijzi­gingen worden opgenomen in de officiële softwa­re­versie? En welke invloed hebben bedrijven en overheden die de software gebruiken?

“Open source betekent niet dat iedereen zomaar kan bepalen wat er met een project gebeurt. Ook hier bestaan afspraken, verant­woor­de­lijk­heden en besluit­vor­mings­pro­cessen over. Wie invloed wil hebben op de ontwik­ke­ling, moet begrijpen hoe die gover­nance is georganiseerd.”

Voor CIO’s is dit een relevant selec­tie­cri­te­rium. Een project met een breed gedragen bestuur en meerdere actieve devel­o­pers kan andere continuïteitsrisico’s hebben dan software waarvan de ontwik­ke­ling groten­deels afhan­ke­lijk is van één onderneming.

6. Wie is verantwoordelijk wanneer het misgaat?

Een andere vraag is bij wie een IT-manager terecht kan wanneer er een probleem is met bedrijfs­kri­ti­sche open source-software. Bij tradi­ti­o­nele software bestaat daarvoor meestal een contrac­tuele relatie met de leveran­cier. Bij open source moet die verant­woor­de­lijk­heid afzon­der­lijk worden georga­ni­seerd. Een commu­nity kan onder­steu­ning bieden, maar kijk goed naar bijvoor­beeld gegaran­deerde respons­tijden. Een gespe­ci­a­li­seerde dienst­ver­lener kan natuur­lijk wel contrac­tuele afspraken maken over beschik­baar­heid, inciden­t­af­han­de­ling, onder­houd en beveiligingsupdates.

Volgens Lam is vooral voor grotere organi­sa­ties belang­rijk dat die dienst­ver­le­ning profes­si­o­neel wordt ingericht. “Grote klanten willen één aanspreek­punt, één contract, één verant­woor­de­lijke partij”, verklaart hij. Daarom werkt DOSBA aan samen­wer­kings­mo­dellen waarin meerdere gespe­ci­a­li­seerde open soruce- bedrijven gezamen­lijk diensten aanbieden. “De klant merkt niet dat er achter de schermen meerdere bedrijven betrokken zijn”, aldus Lam. “Zij zien één contract, één support­team, één domein­naam, één factuur – precies zoals ze gewend zijn bij tradi­ti­o­nele leveran­ciers.” Op die manier hoeven CIO’s niet zelf alle afzon­der­lijke speci­a­listen aan te sturen.

7. Passen open source-licenties bij de behoefte aan digitale autonomie?

De discussie over digitale soeve­rei­ni­teit geeft open source een nieuwe strate­gi­sche betekenis. Maar open source gebruiken is niet hetzelfde als digitaal autonoom zijn. Een organi­satie kan open source-software toepassen en toch afhan­ke­lijk blijven van één cloud provider, speci­fieke uitbrei­dingen of externe beheer­dien­sten. Andersom hoeft een organi­satie niet alles zelf te ontwik­kelen of te beheren om meer autonomie te bereiken. Ze kan ook bewust kiezen voor open standaarden, overdraag­bare systemen en leveran­ciers die onder­ling uitwis­sel­baar zijn.

Daarbij is het belang­rijk dat CIO’s niet uitslui­tend naar de software kijken, maar ook naar de partijen en gemeen­schappen die de ontwik­ke­ling mogelijk maken. Lam: “Digitale autonomie betekent niet dat je alles zelf moet doen. Het gaat erom dat je keuzes hebt en controle hebt over de techno­logie waarvan je afhan­ke­lijk bent. Daarvoor heb je een gezond ecosys­teem nodig van ontwik­ke­laars, bedrijven en gebrui­kers die samen investeren.

“We doen het samen”

Juist dat laatste is een belang­rijk aspect van het open source-model, voegt Lam toe. De software mag vrij beschik­baar zijn, maar haar ontwik­ke­ling gaat niet vanzelf. “Wie open source uitslui­tend beschouwt als een manier om licen­tie­kosten te besparen, ziet daardoor een belang­rijk deel van het verhaal over het hoofd. Achter succes­volle projecten staan ontwik­ke­laars, organi­sa­ties en gemeen­schappen die tijd, kennis en geld inves­teren. We doen het samen.”

Voor CIO’s die open source overwegen, is het daarom niet alleen belang­rijk om te weten welke software beschik­baar is. Minstens zo belang­rijk is de vraag hoe het project wordt gefinan­cierd, wie de koers bepaalt en welke bijdrage de eigen organi­satie eventueel kan leveren.

Open source is daarmee niet simpelweg een ander softwa­re­pro­duct dan we misschien gewend waren van een commer­ciele leveran­cier. Het is een ander model voor het ontwik­kelen, finan­cieren en organi­seren van software. En juist dat model verdient aandacht nu digitale autonomie steeds hoger op de agenda staat.

Robbert Hoeffnagel

Editor en journalist @ Business Meets IT

0 Reactie(s)

12 weergaven

Gerelateerde berichten

Mozilla introduceert Firefox Enterprise en speelt in op Europese roep om digitale autonomie

Mozilla introduceert Firefox Enterprise en speelt in op Europese roep om digitale autonomie

Open source kan bedrijven helpen hun softwarekosten flink te verlagen

Open source kan bedrijven helpen hun softwarekosten flink te verlagen

Open source biedt Nederlandse IT-sector grote kansen, maar organisaties zoeken vooral zekerheid

Open source biedt Nederlandse IT-sector grote kansen, maar organisaties zoeken vooral zekerheid

Europa heeft meer technologische troeven dan het soms zelf denkt

Europa heeft meer technologische troeven dan het soms zelf denkt

Geen berichten gevonden.

0 Reactie(s)

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties gesloten

De reactiemogelijkheid is verlopen. (14 dagen)

Pin It on Pinterest

Share This