Veel organisaties willen vandaag versnellen met AI. Dat is begrijpelijk. De technologie belooft snellere processen, betere klantinteractie, efficiëntere administratie, slimmere risicoanalyse en nieuwe vormen van dienstverlening. Voor business managers is de vraag dan ook niet langer óf AI relevant is, maar hoe AI op een veilige, betaalbare en schaalbare manier waarde kan opleveren.
Toch begint die discussie volgens Frank Beerlage, directeur van Cloudera in de Benelux, nog te vaak op de verkeerde plaats. In veel managementteams gaat het al snel over de keuze van het AI-model. Wordt het ChatGPT, Claude, Gemini, Copilot of een open source-model? Maar voor Beerlage is dat niet de belangrijkste vraag.
Wie AI serieus wil inzetten in de organisatie, moet eerst kijken naar de data. Welke data hebben we? Waar staat die data? Wie mag erbij? Is de kwaliteit goed genoeg? Kunnen we aantonen welke informatie is gebruikt? En kunnen we voorkomen dat de kosten uit de hand lopen zodra een pilot wordt uitgerold naar honderden of duizenden medewerkers?
“Het begint met de architectuur, niet met de modellen”, zegt Beerlage. “De discussie moet gaan over waar de data staat en wie eigenaar is van die data.”
Van experiment naar bedrijfsvoering
De eerste fase van generatieve AI draaide vooral om experimenteren. Medewerkers probeerden tools uit, afdelingen startten pilots en bedrijven verkenden waar AI tijdwinst of kwaliteitsverbetering kon opleveren. Die fase was nuttig. Ze liet zien hoe snel AI concrete resultaten kan geven.
Maar veel organisaties komen nu in een andere fase terecht. AI verschuift van experiment naar bedrijfsvoering. En precies daar ontstaan nieuwe vragen. Wat gebeurt er als een AI-toepassing niet door 10 medewerkers wordt gebruikt, maar door 1000? Wat als AI-antwoorden worden ingezet in klantcommunicatie, financiële processen, HR, compliance of besluitvorming? En wie is verantwoordelijk wanneer de uitkomst onjuist, onvolledig of niet uit te leggen valt?
Volgens Beerlage dreigt AI in die fase onbetrouwbaar, onbeheersbaar en onbetaalbaar te worden wanneer de onderliggende data niet goed georganiseerd is. Niet omdat AI geen waarde heeft, maar omdat veel organisaties hun datafundament nog onvoldoende op orde hebben.
Dat blijkt ook uit Cloudera’s Data Readiness Index 2026. Veel IT-managers geven aan dat hun organisatie een duidelijke datastrategie heeft. Tegelijk zegt een groot deel dat data-initiatieven worden afgeremd doordat benodigde data verspreid staat over verschillende omgevingen. Bovendien heeft slechts een beperkt deel van de organisaties alle data volledig onder beheer en governance.
Voor business managers is dat een belangrijk signaal. AI is niet alleen een technologisch programma. Het raakt direct aan bedrijfsvoering, kosten, risico’s, compliance, klantvertrouwen en concurrentiekracht.
Een snel antwoord is niet automatisch een betrouwbaar antwoord
AI-systemen maken technologie aan de voorkant opvallend eenvoudig. Een medewerker stelt een vraag en krijgt direct een professioneel geformuleerd antwoord. Dat wekt vertrouwen. Maar juist daar zit volgens Beerlage een risico.
Een AI-model kan een overtuigend antwoord geven op basis van verouderde, onvolledige of verkeerd geïnterpreteerde data. Het antwoord ziet er dan goed uit, maar hoeft inhoudelijk niet te kloppen. In een vrijblijvende testomgeving is dat vervelend. In een bedrijfskritisch proces kan het grote financiële of juridische gevolgen hebben.
Denk aan een klantenservicemedewerker die verkeerde contractinformatie gebruikt. Een finance-afdeling die beslissingen baseert op incomplete cijfers. Een HR-team dat gevoelige informatie verkeerd ontsluit. Of een compliance-afdeling die niet kan herleiden waarom een bepaald advies is gegeven.
Beerlage verwijst naar het welbekende principe “garbage in, garbage out”. Slechte of onvolledige input leidt tot slechte output. In het AI-tijdperk wordt dat probleem groter, omdat de output vaak professioneel, logisch en overtuigend oogt.
“Wij stellen een vraag en krijgen een antwoord. Dan denken we dat het antwoord goed is”, zegt Beerlage. “Sterker nog: we kunnen vaak niet meer controleren wat er precies gebeurt. Welke data is gebruikt? Welke logica is toegepast?”
Dat is een belangrijk punt. AI mag geen black box worden in processen waar betrouwbaarheid, uitlegbaarheid en verantwoordelijkheid essentieel zijn. Een organisatie moet kunnen aantonen welke data is gebruikt, wie toegang had tot die data, welke rechten van toepassing waren en hoe een uitkomst tot stand kwam.
Controle over data wordt controle over de business
AI raakt steeds meer aan de kern van de organisatie. Daarom wordt databeheer ook een managementvraagstuk. Wie AI wil inzetten in sales, service, finance, HR, operations of risk, moet kunnen bepalen welke informatie beschikbaar is voor welke toepassing.
Een medewerker van finance mag niet automatisch toegang hebben tot HR-data. Een commerciële medewerker hoeft geen gevoelige juridische dossiers te zien. Een medewerker in Duitsland kan met andere regels te maken hebben dan een collega in Nederland. En wanneer AI-agents zelfstandig taken uitvoeren, wordt die rechtenstructuur nog belangrijker.
Het gaat dus niet alleen om efficiëntie, maar ook om verantwoordelijkheid. Welke processen mogen door AI worden ondersteund? Welke data mag daarvoor worden gebruikt? Welke beslissingen mogen worden geautomatiseerd? En waar moet altijd menselijke controle blijven bestaan?
Volgens Beerlage moeten governance, security en compliance daarom niet achteraf aan AI-projecten worden toegevoegd. Ze moeten onderdeel zijn van het fundament. Anders ontstaat het risico dat succesvolle pilots later alsnog vastlopen zodra juridische, financiële of operationele vragen op tafel komen.
De werkelijkheid is hybride
Veel organisaties hebben hun data vandaag niet op één plek staan. Een deel staat in eigen datacenters, een deel bij colocatiepartijen, een deel in private cloudomgevingen, een deel bij softwareleveranciers en een deel bij grote internationale cloudproviders. Die hybride werkelijkheid is voor de meeste bedrijven geen tijdelijke fase, maar de normale situatie.
Volgens Beerlage moeten organisaties daarom niet denken in zwart-witkeuzes. Het gaat niet om alles terughalen naar de eigen omgeving of alles onderbrengen in de publieke cloud. Beide uitersten zijn naar zijn mening te beperkt. De echte uitdaging is om data over meerdere omgevingen heen bestuurbaar te maken.
“We willen ook niet alles terug naar binnen halen”, zegt Beerlage. “Eerst hadden we Big Data met alles on-premise. Daarna kwam de tweede golf: alles naar de cloud. Die werelden moeten nu samenkomen in een hybride aanpak.”
Voor business managers is vooral de strategische vrijheid belangrijk. Een organisatie moet kunnen kiezen waar data en AI-toepassingen het beste draaien: lokaal, in een private cloud, bij een Europese cloudprovider, bij een hyperscaler of een combinatie daarvan. Maar die keuze mag geen afhankelijkheid worden waar men later moeilijk uit raakt.
Dat raakt ook aan digitale autonomie. Niet als abstract politiek begrip, maar als praktische bedrijfsvoorwaarde. Kan de organisatie nog overstappen als de kosten stijgen? Kan data worden verplaatst als regelgeving verandert? Kan men kiezen voor een andere leverancier als de business daarom vraagt? En blijft de organisatie eigenaar van haar eigen data en processen?
Niet elk probleem vraagt om het zwaarste AI-model
In veel AI-discussies gaat veel aandacht naar de kracht van grote modellen. Dat is begrijpelijk, maar volgens Beerlage niet altijd relevant. Voor veel zakelijke toepassingen is niet het grootste of duurste model nodig. In menig situatie volstaat een kleiner, specifieker of open source-model dat dichter bij de eigen data draait en beter beheersbaar is.
Dat is een belangrijke boodschap voor de business. De beste AI-keuze is niet automatisch de technologisch meest indrukwekkende keuze. De beste keuze is de oplossing die past bij het proces, het risico, het gewenste kwaliteitsniveau, de kostenstructuur en de schaal waarop de toepassing gebruikt zal worden.
Voor eenvoudige interne ondersteuning kan een andere oplossing volstaan dan voor klantadvies, fraudedetectie of financiële besluitvorming. Voor sommige processen is snelheid doorslaggevend, voor andere dat een resultaat goed kan worden uitgelegd. Ook speelt vaak compliance een hoofdrol. En voor toepassingen met veel gebruikers kan het kosteneffect van elk AI-verzoek zwaar gaan wegen.
De kosten van AI worden pas zichtbaar bij opschaling
In de pilotfase lijken AI-kosten vaak overzichtelijk. Een beperkt team gebruikt een tool, de volumes zijn laag en de businesscase lijkt aantrekkelijk. Maar wanneer een AI-toepassing breed wordt uitgerold, kan de kostenstructuur snel veranderen.
Beerlage noemt het voorbeeld van een wealthmanagementorganisatie met een extern gehoste AI-assistent. De pilot was betaalbaar. Maar bij uitrol naar meer dan duizend gebruikers zouden de jaarlijkse kosten voor tokengebruik oplopen tot miljoenen. Door vergelijkbare functionaliteit in een eigen omgeving te draaien, konden die kosten met maar liefst 86% worden verlaagd.
Daarmee wordt AI ook een CFO-vraagstuk. Business managers moeten vooraf nadenken over de totale kosten bij schaalvergroting. Wat kost elk gebruiksmoment? Wat gebeurt er als het aantal gebruikers vertienvoudigt? Welke kosten ontstaan door dataverkeer, opslag, integratie, licenties en beheer? En blijft de businesscase positief wanneer AI niet meer experimenteel, maar structureel wordt gebruikt?
“Zoals veel organisaties AI tot nu toe aanpakken, is de kans groot dat de kosten enorm zullen oplopen”, zegt Beerlage. “Je moet als organisatie heel goed nadenken hoe je hiermee omgaat, anders valt de kosten-batenanalyse snel tegen.”
AI vraagt om volwassen besluitvorming
De kern van Beerlage’s boodschap is niet dat organisaties voorzichtiger moeten zijn omdat AI te riskant zou zijn. Integendeel: hij ziet veel waarde in AI. Denk aan betere klantenservice, snellere verwerking van pensioeninformatie, slimmere telecomnetwerken, efficiëntere risicoanalyse en betere ondersteuning van know your customer processen.
Maar organisaties moeten wel voorkomen dat ze te snel van experiment naar grootschalige inzet gaan zonder goed na te denken over de randvoorwaarden. Een proof of concept kan snel worden gebouwd. Maar zodra AI wordt ingezet voor klanten, partners of grote groepen medewerkers, verandert de impact.
Dan moet duidelijk zijn wie eigenaar is van de data, hoe rechten worden beheerd, hoe prompts en antwoorden worden vastgelegd, welke modellen toegang krijgen tot welke bronnen en hoe de omgeving kan worden aangepast wanneer de business daarom vraagt.
“AI voor een proof of concept kunnen we morgen doen”, zegt Beerlage. “Maar willen we AI voor de hele organisatie, dan moeten we echt een architectuur bedenken.”
Voor business managers betekent dit dat AI-beslissingen niet alleen bij IT kunnen liggen. Natuurlijk blijft technologie belangrijk. Maar de belangrijkste vragen gaan over waarde, risico, kosten, verantwoordelijkheid en bestuurbaarheid. Dat zijn managementvragen.
Data readiness hoort op de bestuurstafel
De Data Readiness Index van Cloudera laat zien dat veel organisaties de urgentie voelen, maar zeker nog niet volledig klaar zijn. Datakwaliteit, oplopende kosten en zwakke integratie in bestaande werkprocessen worden in het rapport genoemd als redenen waarom AI-projecten minder rendement opleveren dan verwacht. Ook datasilo’s, complexe toegankelijkheid en beperkte zichtbaarheid op waar data zich bevindt, blijven grote obstakels.
Voor Beerlage betekent dit dat data readiness geen intern IT-project meer kan zijn. Het onderwerp hoort thuis op de bestuurstafel. Zeker bij banken, pensioenfondsen, overheden, zorginstellingen, telecombedrijven en andere datagedreven organisaties is data geen ondersteunend middel, maar een strategisch bedrijfsmiddel.
“Data is het allerbelangrijkste wat we hebben”, zegt hij. “Dus moeten we ervoor zorgen dat we daar op de juiste manier mee omgaan.”
Dat vraagt om een andere managementdiscussie. Niet alleen: welke AI-tool kopen we? Maar vooral: welke bedrijfsprocessen willen we verbeteren? Welke data is daarvoor nodig? Is die data betrouwbaar? Wie mag erbij? Wat zijn de risico’s? Wat kost het bij grootschalig gebruik? En hoe houden we als organisatie controle?
“Een pas op de plaats is geen stap achteruit”, zegt Beerlage. “Het is de tijd nemen om na te denken over wat we aan het doen zijn.” Wie AI betrouwbaar, beheersbaar en betaalbaar wil maken, moet beginnen bij de data. Niet als technisch detail, maar als fundament voor betere besluitvorming, efficiëntere processen en duurzame bedrijfswaarde.






0 Reacties